woensdag 20 november 2024

Bevallige dochter






Even voor half zeven werd ik wakker omdat ik naar de wc moest. De grote boodschap in de vroege ochtend komt haast nooit voor, maar ik herinner me die nog wel, van een andere keer. Anderhalf uur later begonnen toen de weeën. Nu mag ik nog altijd niet persen en zat rustig uit. Na mezelf te hebben gewassen en aangekleed namen we een sober ontbijt en reden om acht uur weg vanuit het hotel, omdat het toen pas een beetje licht werd en ik in het donker niet kan rijden.

Ik genoot van de prachtige zonsopkomst in een bijna heldere hemel die licht rood gekleurd was. Ik genoot als toen, toen ik de eerste weeën fijn vond omdat we op weg waren naar de geboorte van onze dochter. Het was in werking gezet en ik vroeg mijn man thuis te blijven van zijn werk.


Het weer veranderde. Donkere wolken dreven over. Uur na uur kregen we storm met vanaf de Belgische grens, hagel en sneeuw, die trouwens bleef liggen. We hadden veel files en konden maar langzaam rijden vanwege de windvlagen en ik was bang voor wat er ging komen, toen en nu ook. We naderden Antwerpen, van oudsher een ramp om doorheen te moeten rijden. 

Wanneer zouden de persweeën beginnen? De weeën werden heviger. Ik zat geknield voor mijn bed en steunde op mijn ellebogen zodat ik de weeën kon opvangen. De pijn verminderde onmiddellijk. De verpleegster kwam pas na tien uur, en zag te weinig ontsluiting. "Zes" zei ze.  

Antwerpen gaf eens totaal geen krimp, en we konden zonder file doorrijden. 


Om half twaalf naderden we Breda, ik was doodmoe; om half twaalf kwam de verloskundige en ik was doodmoe. Ik kreeg een tien, maar mocht nog steeds niet persen. Ik ging nu en toen nog even naar de wc voor een plas, ook toen riep de verloskundige "Niet persen" . 

De laatste twintig kilometer en de laatste twintig minuten was er totaal geen zicht meer; totdat de verloskundige zei dat ze haar hoofdje zag. Om vijf voor twaalf belden we aan, na een vermoeiende autorit en toen ik destijds haar hoofdje zag kreeg ik een traantje en zij schreeuwde toen om te kunnen leven.

Nu zag ik een glimlachend hoofd. "Dag lieverd" groette ik onze dochter: "vijftig jaar" nog even puffen na die lange vermoeiende reis. "Gefeliciteerd met je Sara"; het was weer woensdag.

 

maandag 18 november 2024

Alles zit in een naam


Onze ouders hadden wellicht voorzien dat ze veel kinderen kregen. 

Haar kinderen kregen koninklijke namen als het aan mijn moeder lag.

Mijn oudste zus werd gelukkig geen Beatrix genoemd, want onze pa stak daar een stokje voor. Zijn oudste werd genoemd naar zijn moeder: Adelheid, heel koninklijk dus. Ik denk dat er daaromtrent wat strubbelingen waren omdat het uiteindelijk Aleida is geworden, door haarzelf verkort tot Leida en rond haar achttiende jaar gemoderniseerd tot Linda.

 

Mijn tweede oudste zus werd Irene genoemd, wat zijzelf tijdens de opgroei al niet leuk vond omdat het sireentje werd, "tadu, tadu, tadu". 

In onze streken zetten wij altijd "ons" voor een meisjesnaam als het familie is en "onze" bij een jongen, dus werd zij 's Irene, of 's Ireen (sereen), wat in onze oren normaal klinkt, maar niet in die van anderen en zeker niet in die van haar. 

 

Margriet, werd Griet. Toen ik klein was noemden ze me Grietje en sommige tantes zijn me zo en zelfs Grieteke blijven noemen. Heel vervelend vond ik dat mijn iets jongere broer Hans was genoemd, zodat wij als hans en grietje door onze jeugd gingen. Toen onze Hans verkering kreeg met zijn Sanne waarmee hij na enkele jaren trouwde, klopten ook deze namen, want pas veel later bleek er een zangeres Sanne-Hans te heten. Voor onze Hans lagen de zaken anders. Als wij samen werden genoemd werd het Grietje en Hans, maar meestal werden mijn broers in een adem genoemd: Hans en Kees, en nu is het Hans en Sanne.

 

Duidelijk is dat de twee broers en zus die na mij kwamen geen koninklijke namen meer kregen. Onze Kees werd gewoon Kees, zonder junior, maar dat was hij wel natuurlijk. Mijn jongste zus had van mijn moeder wel Lucia mogen heten naar haar zelf, maar wij vijven werden door onze ouders gestimuleerd om namen voor dat nieuwe kindje te bedenken. De meeste stemmen golden. Lucia werd door ons weggestemd en de baby ging door het leven als Antoinette. Toch koninklijk uiteindelijk. Wisten wij veel, hoe het met die koningin was afgelopen...

 

Waarom zijn ouders mijn man Jelmer noemden werd ons nooit duidelijk. "Gewoon een mooie naam", zei mijn schoonmoeder desgevraagd. Later vonden wij uit dat het een Friese naam betreft die nobel en beroemd betekent. Dit klopt ten dele, alleen beroemd moet hij nog worden.

 

Jelmer en ik zochten voor onze kinderen moderner namen. Lieke voor onze dochter en Simon voor onze zoon, naar een van zijn verre, verre stamvaders. Tijdens mijn zwangerschap van Lieke stond haar naam al vast. Om niks prijs te geven voor de geboorte daar was, noemde ik haar Elleke, daarbij alleen de eerste letter prijsgevend, maar dat wist niemand. 

 

Omdat Simon de stamhouder is van de familie kreeg hij een serie andere namen erbij waarbij we goed moesten opletten dat daar geen woord van gemaakt kon worden. Simon, Cornelis, Hendricus, Adrianus, Theodoor (schat) bijvoorbeeld, want behalve de naam van ter zake doende voorvaders, moest die van mijn broer er als peetoom ook bij. Gelukkig is hij nog altijd een grote schat, maar Hendricus lieten we achterwege.

zondag 27 oktober 2024

Unne lilleke vent

Jaren geleden schreef ik een blog over Ruitenvrouw, dat ik me aan haar verwant voel, doordat zij niet zo op de voorgrond treedt als Schoppen-, of Hartenvrouw, maar stilletjes haar slagen en punten voor me binnenhaalt. Ik had een pentekening van haar gekocht in het museum in Turnhout en die siert nog altijd onze woonkamer.


We hebben meerdere stokken kaarten. Onze kinderen gaven ons kaarten cadeau. Geen willekeurige stokken. Op iedere kaart een foto. Op alle azen een familiefoto, op alle heren kijkt zoonlief ons aan, de dame is onze ernstig kijkende dochter en de boer was gereserveerd voor onze schoonzoon, een echte heer. Voor de twee jokertjes werd voor het ene, het hondje van onze dochter gezet en ons hondje werd op de andere voor joker gebruikt, wat dan weer klopt. Maar dan.

 

Op bezoek in Florence, kopen we twee gelijke stokken kaarten met daarop de highlights van de prachtige stad. Een souvenir door eeuwen; de jaren van De Medici's ten top, zou je denken. 

Op de vier azen de mooiste gebouwen; de heren natuurlijk de belangrijke marmeren beelden; idem de vrouwen en dan ben ik benieuwd naar de boeren en de overige kaarten. Ze zijn heel luxe verpakt. Thuis kaarten we en zien dat alleen de prentjes, prentjes hebben.

 

Schoppenaas heeft geen monument en geen gebouw. Een portaal met twee verschillende beelden. Op Hartenaas staat onder een houtsnede van een doop gedrukt: Dal Negro, Treviso. Dat blijkt de kaartenfabriek te zijn. Ruitenaas heeft geen gebouw maar wel het beroemdste monument dat er bestaat. David met zijn perfecte lichaam uit één brok marmer gehouwen door Michelangelo. Ik maakte een foto van het beeld toen ik aan de voet van de sokkel stond op het Piazza della Signoria. Dit beeld is weliswaar een kopie, maar perfect. Het origineel staat binnen in het museum.

Op Klaverenaas staat het beeld van een gevleugeld paard (Pegasus) in de tuinen van Boboli. Geen gebouw, wel een monument te noemen.

 

Drie van de vier koningen kunnen naar de azen vanwege de gebouwen. Ruitenkoning verhuist naar de vrouwen, ofschoon dat vrouwenbeeld alleen van achteren te zien is! Toren van het Campenile di Giotto, op Hartenkoning, daarvan ook de Dom van Florence op Schoppenkoning, op Klaverenheer dezelfde opname vanuit de verte met rechts het imposante, uit wit met groen marmer opgetrokken Baptisterium. David had ook bij de koningen gekund. Ik had minstens het beeld van Dante als heer op het kaartspel willen zien. Hier is niet echt over nagedacht, want spelen met ruiten heer als Dante is heerlijk als je kunt winnen, want Dante Alighieri kijkt vanuit zijn hoge marmeren sokkel op je neer, alsof hij je graag wil vermorzelen. Zwaaiend met zijn omslagdoek jaagt hij iedere toerist van zich weg. Ik bewonder het chagrijn alleen vanwege zijn driedelige "Goddelijke Comedie", over de hel, het vagevuur en de hemel. 

 

Met de vrouwen van het kaartspel is het nog veel slechter gesteld. Schoppenvrouw kreeg een onbekende ingang met bogen van de kaartenmaker, die foto moet helemaal vervangen worden,  Schoppenboer ook zo'n vage toren. Hartenvrouw laat een spitse toren zien en eentje met kantelen. Hartenboer ook zo'n opname. Ik ken ze niet. Klaverenvrouw heeft Ponte Vecchio over de Arno, maar onherkenbaar; Klaverenboer dezelfde brug ook heel vaag. Die kaarten moeten naar de azen. En dan zit met ontbloot bovenlijf Ludovico di Giovanni de Medicis, telg van de rijkste families ooit, als een ruitenboer op een brede sokkel, terwijl hij als leider van de "Bande Nere" wel als heer mocht worden afgebeeld; hij overleed in het harnas toen hij achtentwintig jaar was. 

 

Maar met Ruitenvrouw is het helemaal armoe troef.

Volgens een zoekopdracht is het beeld op de foto van ruitenvrouw, een David dat staat op paleis Palazzo Vecchio. Dat beeld is echter nep. Hij is slungelig, lelijk, lijkt een doornen kroon op te hebben en staat er, voor een model, erg sloom bij. Deze vreselijke foto drukten ze af als Ruitenvrouw, zodat ik ze iedere kaartronde met plezier op het hoopje gooi en zeg dat ik dieje lilleke vent niet in mijn handen hoef te houden. 

 

                                   

Er zijn vrouwen genoeg in die een beeld moeten hebben. De heilige maagd Maria die geschilderd is in de Via Dante Alighieri kan op Schoppenvrouw. op Hartenvrouw de Italiaanse wetenschapper en Nobel prijswinnaar voor Geneeskunde en Fysiologie Rita Levi-Montalcini. Ruiten-vrouw komt toe aan Sofia Loren en die hoeft geen verduidelijking. Margherita Hack tenslotte, de in Florence geboren astrofysica, moet een beeld krijgen dat wordt gefotografeerd voor Klaverenvrouw. Ze was 91 jaar toen ze overleed in 2013.

 

Met ieder kaartspel met deze toeristenrommel, vraag ik me hoe moeilijk het is speelkaarten te maken in Florence. Wat betere foto's en je kunt erover nadenken om van een aas geen paard te maken, van heren geen vrouw, van boeren geen heer en van vrouwen geen vage gebouwtjes of een donker portaal en zeker van Ruitenvrouw, ginne lilleke vent.




zaterdag 27 juli 2024

"PAARDJE"

Dat weet zo'n hond ook niet, als zijn baasje en vrouwtje wegrijden. Hij huilt en dat is voor mij hartverscheurend. Ik pink een traantje voor hem, dat hele grote beest, dat met zijn twee poten makkelijk op mijn schouders kan staan en dan over me heen kijkt. 


En toch heeft hij een piepklein hartje. Als een klein paard loopt hij steeds naar de voordeur, die dicht blijft, maar waardoor hij zijn baasje en vrouwtje zag weggegaan. Hij weet dat omdat hij door het open raam keek met zijn lange voorpoten op de hoge vensterbank en ik hem in de gaten hield, omdat hij misschien met een sprong door het open raam zou kunnen vertrekken. Gelukkig nam hij dat risico niet. 


Onze eigen, nu erg kleine bastaard terriër, doet zijn best om hem nu niet af te snauwen. Ze weet van zijn verdriet en komt met zijn speeltje aanlopen, maar hij negeert haar en loopt erg dicht langs haar heen waarop zij niet eens chagrijnig reageert. Ze snapt, wij snappen, maar kunnen hem niet duidelijk maken dat wij, ouders van vrouwtje, veel van hem houden, en goed voor hem zullen zorgen, door hem vandaag maar wat aan zijn verdrietige lot over te laten en hopen dat hij het hier naar de zin krijgt, zonder baasje en vrouwtje. Dan hebben we een grote verrassing voor hem als ze terugkomen van vakantie om hem op te halen. 


Maar dat weet zo'n hond niet en kun je hem niet aan het verstand brengen. Hij had het juist zo naar zijn zin, nadat hij na te zijn afgestaan in Spanje, maandenlang van het ene naar het andere adres is verhuisd, en eindelijk zijn eindbestemming had bereikt bij dochterlief en haar man. Echter, die konden hun besproken vakantie- zonder hond - niet annuleren. Dus ging hun reis eerst negenhonderd kilometer naar ons, drie dagen later was hun "paardje"  zowat gewend, maar toen reisden ze door om meer dan duizend kilometer verderop in een Zwitsers chalet vakantie te houden. "Paardje" stond vergeefs op de vensterbank en zag ze wegrijden. 


Dochter mag dit pas na een jaar of zo lezen, want die pinkt anders een traantje. Paardje laat zich tijdens mijn schrijven lekker knuffelen door Jos en zelfs ons beest geeft "paardje" met zijn kopje een kroel onder zijn kin, want ze kan er onderdoor lopen. Ik noem deze grote reu "paardje" en na een paar uur luistert hij zelfs. Een intelligent beestje dat graag kroelt. 


Zij zitten hem in Zwitserland natuurlijk te missen en mijn dochter is vast jaloers op me dat ik al die kroeltjes van hem krijg, want die terriër van ons knuffelt nooit en als zij naast me op de bank slaapt zorgt ze ervoor dat ze me ooit aanraakt. "Paardje" ligt half over je heen en hij laat zich ook niet makkelijk wegdouwen, want drieënveertig kilo douw je zomaar niet weg. Op het moment dat ik ben uit gesnotterd hoor ik hem in de keuken opnieuw piepen. Ik negeer het een beetje, want leedverwerking kost tijd. 

Er komen beste tijden aan "Paardje"; over twee weken zijn zij er weer.

















zaterdag 15 juni 2024

De kip was er eerder

Daphne, voor jou nu je twaalf bent.

 

DE KIP WAS ER EERST

Iedereen krijgt vroeg of laat de vervelende vraag wat er het eerst was, de kip of het ei. 

Eindelijk, na diepgaand onderzoek is hier het antwoord. Laat het iedereen maar lezen want het staat nu zwart op wit, dus is het echt waar: De kip was er eerder dan het ei.

Discussie gesloten. De oplossing is simpel.

 

In lang vervlogen tijden was de kip een zoogdier; zij baarde levende jongen die ze daarna zoogde. Het haantjesgedrag van haar partner vond zij dermate ongepast dat de kip tijdens de evolutie ervoor zorgde dat zij haar borsten kwijtraakte en slechts kippenvel overhield. 

Ook nu spreekt men nog van een kippenborst wanneer een borst onderontwikkeld is. 

De haan had niet veel meer om handen en verloor die dan ook. 

 

Ergens in de evolutie heeft de kip ook haar mooie bilpartij moeten afstaan. Eerder had zij een achtereind als een varken; heden moet zij genoegen nemen met een kippenkontje. Dat alles heeft er wel toe bijgedragen dat men niet meer spreekt van een ‘lekker kippetje’.

 

Er veranderde ook iets tussen de kippen onderling. Het haantje bleef wel steeds de voorste, maar aan de rangorde van kippen moest veel verbeterd worden.

Men organiseerde wedstrijden graantje pikken en omdat kippen niet goed uit hun doppen keken, het zgn. kippig zien, werd een pikorde ingesteld. 

De kip die het beste kon pikken werd nummer een. De rest pikte een graantje mee.

 

Tijdens de evolutie ontstond er tevens een probleem, toen de kip niet langer gecharmeerd was van het haantjesgedrag en haar kippenborst kreeg. Ze kon dus niet langer zogen. 

Een aantal generaties levend geboren kuikens stierf bijna van de honger maar toen het kippenbestand bijna tot nul was gereduceerd kwam de ultieme oplossing. 

De kip baarde niet langer een levend kuiken, maar baarde in een veel vroeger stadium.

Het ei. 

 

oma Jeanine

vrijdag 24 mei 2024

Het rijst de pan niet uit

           

Mijn eerste brood ligt op de plank. Nog nooit eerder bakte ik er iets van, laat staan brood. Nu echter ga ik het proberen en begin bij het openslaan van het kookboek dat ik lang geleden rond mijn trouwen kreeg. 

Deeg, bloem, gist, eieren, suiker, vanillesuiker en weet ik wat nog meer.

Basisdeeg. Geen trekdeeg. Wat is deeg, wat is het verschil tussen bloem en meel.

Een hele studie nu ik besloten heb geen kant-en-klaar middelen te kopen in de supermarkt maar gewoon alles zelf te maken. Een appeltaart moet lukken, maar behalve appels heb ik nu alles in huis. Dus broodje bakken. Leuke bijkomstigheid is dat ik ver weg van de vertrouwde Nederlandse supermarkt alle ingrediënten in Frankrijk moet halen, omdat mijn bakavontuur zich daar afspeelt.


Likkebaardend volgt mijn man mijn moves. Ik koop farine, dat is bloem. Dan moet er levure in. Het kookboek zegt me een bepaalde hoeveelheid grammen toe te voegen aan de bloem in een papje met een paar eieren en wat melk; de beschrijving op het pakje echter vertelt dat ik slechts een tiende deel van die hoeveelheid mag gebruiken. Levure is gist. Maar er is bakkersgist en chemische gist. Van het een moet er meer in dan het ander. Wanneer ik mijn man vertel dat de gist niet kan rijzen in een omgeving onder de 32 graden, dus dat deze alleen rijst in zijn maag, wordt hij erg bang dat ik er veel te veel van indoe. Als zeef gebruik ik de vergiet. 


Ik moet echt weer een zeef kopen want die ik had, gebruikte ik nooit en met de verhuizing gaf ik hem aan schoonzoon Danny. Het aldus gemaakte deeg gaat op deze sneeuwrijke januaridag in de afgedekte beslagkom op de radiator om te rijzen. Na ruim één uur is de deegbal niet groter geworden. Evenwel kneed ik er twee platte bollen van die ik opvul met de walnoten van een bevriende (ex)buurman. Keurig netjes gaat alles de voorverwarmde oven in die ik op 3 zet wat overeen moet komen met ongeveer 200 graden. Na 30 minuten haal ik de broden eruit die wel iets groter zijn geworden. In ieder geval is de onderkant helemaal zwart. Van de gloeiende broden snijd ik de aangebrande kant af en proef een beetje van de binnenkant van het “brood”. De binnenkant is nat, maar het smaakt goed. Erg zoet. Das waar ook. Er moest vanillesuiker bij en gewone suiker dacht ik, maar dat was voor taartdeeg natuurlijk. Anyway nu heb ik zoete broodjes gebakken die niet gerezen zijn, wel nat, aangebrand maar met een notenvulling. Samen wegen ze ruim 600 gram van een pond bloem. Vanavond eten we er maar eentje.


Waarschijnlijk ga ik stug door met kneden en bakken. Quiche wil ik proberen, maar zal het eens zonder gist doen. Dan moeten er volgens mijn kookboek wel meer eieren in. Wat ik niet wil is kant-en-klaar deeg kopen, want het kneden lijkt me best leuk. Bovendien kan ik geen wijs uit het Franse aanbod hier. Appeltaart moet ook nog; of notentaart met pruimen. Chocoladetaart moet ook eens lukken zonder chocoladetaartenmix van de lokale supermarkt.  Dan nog cake van cakemeel. Wat is cakemeel?


Neen, ik heb nog nooit gebakken in de zin van alles zelf gebakken. Oh neen? Neen !

Volgens mij hebben de meesten nog nooit gebakken, anders wil ik hun advies wel. Het is ook geen verplichting een keukenprinses te zijn. Trouwens prinsessen bakken echt niet zelf. Ik merk wel dat het hier een beste gewoonte is om, wanneer je op een etentje wordt gevraagd, voor het dessert te zorgen en menige gast brengt hier een zelfgemaakt dessert naar toe. Erg leuk en vaak erg lekker. Dat wil ik ook. Simpel en bescheiden. Notentaartje uit de Dordogne, Pruimentaartje met de pruimen uit deze regio, (Agen) die ook wereldberoemd zijn. Ik ben nog wel even bezig.

 



 

donderdag 16 mei 2024

TWAALF JAAR LATER


De zon schijnt, maar om elf uur gaat het opnieuw regenen, net als de hele nacht. Ik moet dus opschieten met schrijven want het is nu half tien in de ochtend als ik pen en papier oppak.


Dit is de vierde dag op de camping en de derde nacht dat het regende. De Brabantse minicamping is voorzien van alle gemakken net als de caravan die onze dochter en haar man hier voor ons hebben neergezet. 


Van ons hoefde dat wc’tje niet te worden uitgeklapt, want we lopen wel naar het sanitairblok even verderop. We zijn die luxe niet gewend omdat we altijd met de tent op vakantie gingen, dus lukt het nu ook wel zonder. De overige luxe nemen we wel met graagte aan. Kastjes bijvoorbeeld, veel kastjes. Twee tafeltjes, genoeg stoelen en het heerlijke gevoel droog te zitten bij regen. 


Ik vergelijk dit graag met onze laatste kampeersessie twaalf jaar geleden. 

Zeventigers intussen waren we toen zestigers toen we de tent en het kamperen vaarwel zeiden. 

Tegenwoordig moeten we er 's nachts uit, soms zelfs twee keer. 

Geeft niks, want half mei is het om vier uur al licht. 


Het giet eruit, buiten als ik in mijn pyjama mijn schoenen aantrek en de paraplu meeneem naar het wc-blok. Daar knippert het automatische licht onmiddellijk aan en het gaat goed. Ik blijf droog. Terug naar de caravan blijf ik weer droog, gooi mijn natte schoenen uit en kruip weer in bed. 


Mijn laatste ervaring van toen was op Corsica, toen ik in de donkere septembernacht naar het felverlichte sanitairblok liep, waar in de lampen veel, heel veel muggen zaten te wachten tot ik mijn billen voor hen ontblootte om te plassen en zij tijd hadden om eens flink toe te slaan bij dat prooi. 

Zo snel had ik nog nooit geplast en ik hield het ook niet droog natuurlijk. Ik had niet van die muggenzwerm gewonnen en moest ook nog eens douchen. 


Een paar dagen later zagen ook mijn benen eruit alsof ik de mazelen had gehad. 

Caravan en Brabant is dus wel veel fijner, dat weet ik nu wel. 

Maar plassen met een paraplu is ook al zoiets.

woensdag 27 maart 2024

DROOGTUINIEREN

 

Nog even dan zit het “droogtuinierseizoen" er weer op. Tijd voor actie. Mijn nette nagels brokkelen af en mijn gladde handen zullen spoedig weer ruw zijn. De snoeischaar is geslepen. Nog even. Mijn hoofd barst van de ideeën. Zeker nu, als ik in mijn tuin weer aan de slag kan gaan.

Het  droogtuinieren bestond de afgelopen maanden niet alleen uit het plannen van borders. 

Nee, ik hield grote opruiming. Het uitzoeken van de tuintijdschriften die ik de afgelopen veertien jaar heb verzameld. Terug in de tijd. Geen enkel tijdschrift doe ik weg zonder het helemaal te hebben uitgeplozen. De artikelen, reportages en tips die ik nog nodig denk te hebben, knip ik uit en stop die in een verzamelband, zodat er prachtige naslagwerken ontstaan.

 

Een hele klus. Tijdrovend ook, want al snel ben ik weg van de wereld en laat me dagenlang omringen door de meest mooie tuinen. Er is veel veranderd in al die jaren. Niet alleen de tuinmode maar ook ikzelf.  Een stuk ouder. Een paar tuinen verder, andere grond, andere wensen, andere kleuren. En toch knip ik die nog altijd actuele reportage uit het blad van 1997, omdat ik me vaag herinner dat ik het tijdschrift daarom juist bewaarde. Het zelfmaakidee in een ander tijdschrift was me destijds helemaal niet opgevallen, maar nu plak ik het in. Een geel/groen gevlekte hosta die met mijn tuin is meeverhuisd werd in datzelfde jaar “geboren”. 

 

Bij de aanbiedingen - nog in guldens geprijsd  - valt het me op dat alles op tuingebied niet echt veel duurder is geworden. De entrees bij de diverse tuinshows zijn vrijwel gelijk gebleven. De entree om de modeltuinen te bezichtigen van Rob Herwig in Lunteren was in 1993 12 gulden. 

Een supertrio in het geel, ooit aangeprijsd door Hanneke in een van de augustusbladen in 2000, kreeg mijn volle aandacht, want geel was nooit mijn kleur, terwijl ik nu alles wat geel/oranje is probeer te combineren. Het tijdschrift van mei 1993 dat mij prachtige gele eenjarigen presenteert  die ik in geen enkel tuinboek terug kan vinden, doe ik nooit weg. Niet vanwege de Bidens, de Camissonia, Cotula of Encelia, maar het was mijn eerste tuintijdschrift. Tjerk Buishand schreef daarin een artikel over de knolvenkel, dat werd aangevuld met allerlei recepten.

 

Op zoek naar de hemerocallis in oranje en meerdere lelies, duik ik dagenlang in mijn voorraad tijdschriften. De tweede verzamelband komt, en de derde. Het gewicht van al deze tijdschriften is enorm. Ik houd van ze en wanneer er eentje is kaalgeknipt doe ik er nog met moeite afstand van. De supertrio’s van Hanneke hielden helaas zomaar op. Een ander tijdschrift hield zelfs helemaal op met bestaan, maar uit alle tijdschriften kreeg ik snoeiadviezen en werkbeschrijvingen voor tafeltjes en andere opleukertjes. De mediterrane uitstraling blijft actueel, evenals het hele strakke “tijdloze” dat toch echt thuishoorde in de jaren 90. Nu 2000 en nieuwer komt er gelukkig weer meer leven in de tuin. Behalve de cottagetuin en de romantische tuin moesten we de bielzen van Mien Ruijs, verruilen voor stenen, trellis, paadjes, muurtjes en terrassen met hier en daar wat planten in potten met, als het kon, exoten. Ofschoon de kleuren door de jaren heen intenser werden mikken we tegenwoordig op de formele of de informele tuin, met veel planten, bomen, heesters en bloemen. 

 

Voor mij worden dit seizoen de salvia, nepeta en delphium absoluut favoriet in de border die ik opnieuw wil inrichten. Het gele trio moet, met een gele roos, daarin voor aanvullende kleur zorgen. Helaas kent mijn tuinencyclopedie geen Milium effusum Aureum. De Aquilegia chrysanta is goed verkrijgbaar. De Alchemilla venosa kent mijn boek eveneens niet, wel de A.mollis. Hoewel de koffie en de entree gratis is van de leverende kwekerij in Gelderland is de reis voor mij te ver. Ik probeer een goed alternatief voor mijn gele accenten te vinden in de lokale tuincentra. De Alstroemeria aurea ‘Orange King’ lijkt me erg geschikt en oh ja, de Eremurus, ofwel de naald van Cleopatra, maar dat is straks pas, na het droogtuinieren. Ik plak, knip, maak aantekeningen en per week gooide ik een stapel tijdschriften weg, zodat ik er eind deze week nog maar een kleine vijftig overhoud.... of zestig.

maandag 5 februari 2024

Overmorgen dan maar weer, of volgende week

Alle voornemens op een uitstelbaan. Vandaag, op de feestdag van Driekoningen, als we om een paar kilometer lopen langs de zwaar berijpte velden, onze voordeur dichttrekken, zie ik op onze auto iets liggen wat lijkt op een portemonnee.

Het is een portemonnee en een snelle blik daarin vertelt dat het vol zit met pasjes. Ik vraag Jos het even binnen te leggen en we beginnen aan onze geplande wandeling bergafwaarts, wetende dat we op de terugweg alles weer omhoog moeten lopen.


Hijgend komen we na een paar uur terug in huis en na wat te hebben gedronken en bezweet onze jassen hebben opgehangen onderzoekt Jos het leren mapje dat vol zit met pasjes, betaalkaarten, rijbewijs en gelukkig ook visitekaartjes van het bedrijf dat hij runt, waarop een nul zes telefoonnummer staat. Intussen had ik zijn naam al opgezocht bij Facebook en daar een chat achtergelaten. Ik zag dat hij in jaren niet actief is geweest bij Facebook, dus met die chat zou ik hem niet bereiken. Op het nul-zes nummer nam hij direct op en ik vertelde hem waar ik wat had gevonden en waar we woonden. Hij zou diezelfde dag komen en ik verwachtte dat hij zou aanbellen op het moment van lunchpauze tussen twaalf en twee uur. Het was intussen bij enen. 

Een half uur later ging mijn mobiel en de jongeman vertelde dat hij bij ons huis stond. Ik opende de voordeur met zijn mapje in mijn hand en wilde die overhandigen. Hij had voor mij al een doos Ferrero gekocht, heel snel, toevallig wel mijn lievelingschocolaatjes. Hij kon daar niks mee, zei die, toen ik ze weigerde. Ik dankte hem dan ook maar en hij mij natuurlijk. Ik blij, hij blij en Jos nam binnen ook maar meteen twee Ferrero’s uit het doosje. Ik bedoel maar dat ik mijn voornemen om wat kilo’s af te vallen even uitstel. Niet op de lange baan, maar gewoon twee dagen, dan is die doos weer leeg en de doos bewaar ik natuurlijk voor de gespaarde lepeltjes. Het nieuwe jaar was zo goed begonnen.

 

En dan, dan is het eindelijk februari. Februari, de kortste maand, de koudste maand, want er zit maar liefst twee keer de letter R in. In de maanden met de R erin kregen we vroeger voor het slapen gaan een eetlepel levertraan en dat was stoer om die zonder blikken door te slikken. We kregen erna wel een dropje. Nu hebben we vitamines genoeg en ook groenten en fruit in overvloed. En toch. Het blijft de kortste maand die het langste duurt. Vanaf november keek ik al uit naar de eerste februari. Dan neem ik mentaal een paar weken vakantie, leg al het onnodige opzij en neem de tijd om de honderden toeristenlepeltjes tevoorschijn te halen, die ik bewaar in de mooie dozen van Ferrero. Grote dozen, niet van die kleine hoge, of dit speciale doosje van dat jonge mens die het me gaf, maar de grootste dozen sinds die er zijn, en waar vijfendertig lepeltjes netjes naast en onder elkaar in worden uitgestald. 


Het doosje dat de jongeman me gaf ligt in de kast en daar bewaar ik een heel jaar lang alle lepeltjes in van dat jaar tot de eerste februari. Dan komen de lijsten op tafel, van welke lepels er zijn en moeten verhuizen naar een nieuwe doos omdat er te veel in zo`n doos zitten. De doos Noord-Holland is in korte tijd erg favoriet gebleken en daar heb ik meerdere lepels van, nu. Ook Friesland heeft een aanwinst van minstens vijf lepels. Er zitten zelfs drie nieuwe landen in de verzameling: Mexico, Mauritius en Zuid Afrika. Niet dat ik daar ben geweest, of ze heb gekocht. Neen, een vriendin was met haar man op vakantie in Mauritius en een andere vriendin struint zo nu en dan een kringloopwinkel af voor andere zaken en bij de kassa staat dan een doos met lepeltjes waar ze dan een handjevol van meeneemt voor als we elkaar eens zien. Meestal in de maand mei. Die lepeltjes en datgene die ikzelf op zo'n voorjaarsmarktje aanschaf, krijgen vervolgens maandenlang een plaatsje in dat doosje van die meneer die mij eerder moest bedanken omdat ik zijn mapje papieren had gevonden en terug had gegeven. Daar denk ik dan aan. Zo'n moment koester ik als ik het doosje zie. 


Het doosje staat nu op mijn tafel. Leeg. Alle drieënveertig nieuwe lepeltjes heb ik op de lijsten ingevoerd en fysiek in de bijbehorende doos gestopt. Nog veel werk te doen. Hier en daar moeten lepeltjes worden doorgeschoven en lijsten worden aangepast. Sommige opeenvolgende departementen van Frankrijk moeten in een andere doos, omdat ze te vol zitten. Er staan vijfenveertig dozen op tafel. Ik geniet van de tijd die voor me ligt om alle lepeltjes weer eens goed te bekijken en vaak aan de herinneringen die er mee samengaan. Ik trek er enkele weken voor uit en verheug me erop.


Maar dan belt de elektricien op om aan te geven dat hij morgen komt. Zijn klus hier in huis wordt regelmatig onderbroken, maar morgen en woensdag komt hij zeker, zodat hij de elektra in de kamer en de hal kan vervangen. In de Kamer en de Hal. In de kamer staan alle dozen op tafel maar hij heeft die tafel nodig om met zijn ladder in de aanslag de plafondlamp van nieuwe bedrading te voorzien. Plus alle stopcontacten worden vervangen en er worden nieuwe schakelaars aan muren en plinten bevestigd. Hij kan daar mijn lepeltjes niet bij hebben. Het is bijna een halve dagtaak die toch zware dozen van hot naar her te slepen. Ik zet ze voorlopig op mijn bureau in een andere kamer, maar daar staat het al vol met dozen van de keukenkasten; de serviezen en zo, want in de muren van die grote inbouwkeukenkasten worden hele grote gaten geboord zodat de grondkabels en voedingskabels en nog veel meer kabels door die gaten kunnen worden getransporteerd van de hal, naar de keuken naar de kamer en naar de verdieping. Ik besef dat mijn lepeltjesweken voor het eerst in jaren niet normaal verlopen, maar laat me niet uit het veld slaan. 


Dan wordt onze smalle straat afgesloten voor verkeer. Er worden nieuwe gasleidingen aangebracht en wij; de bewoners, krijgen de meterkast aan de buitenkant van het huis. Wel met een sleuteltje, maar het duurde maanden en het duurde weken, voordat ze eindelijk kwamen. Maan neen, vandaag, donderdag de allereerste februari als ik loop te sjouwen om mijn lepels naar de kamer te brengen, beginnen ze bij mijn voordeur te boren, met van dat zware materiaal, want de rotsige weg moet worden losgehakt. Twee hele dagen zijn ze bezig geweest, donderdag en vrijdag; het zal ongeveer drie weken gaan duren. Maar maandag de vijfde waren ze weer bezig. Diezelfde dag kwam de elektricien even polshoogte nemen vanwege zijn klus hier in huis en dus ook in de kelder waar de nieuwe gasleidingen komen te liggen. Het boren gaat de hele week nog door. De elektricien komt morgen, donderdag en misschien zelfs zaterdag. 


"Volgende week alleen maandag en dinsdag", zegt mijn man tegen de elektricien. "Onze dochter, kleinzoon en zijn vriendin komen enkele dagen logeren". Wij zijn verdeeld blij. Blij dat ze komen, o, ja zeer blij, maar net nu, net dan. Mijn vriendin en buurvrouw wordt donderdag geopereerd aan haar rug en kan vanaf dan zes weken lang niks tot niet veel. Ik pas even op haar hondjes en laat ze uit, ik verleen soms hand- en spandiensten, soms boodschappen. Thuis zorg ik straks voor mijn kind, mijn kleinzoon en zijn vriendin, door de bedden op te maken, de kamers te stoffen, de badkamer poetsen, de boodschappen te halen en door niks te vergeten. Net dan, net die week. Zooi op de gehele begane vloer. Door het gruis overal van het boren, door de modder en het zand van de buitenboel waar ze nog steeds aan het hakken en breken zijn. Het lijkt erop dat alles samenkomt in een week. 


Ik haal bakzeil. Nu ik dit schrijf ben ik het even kwijt. Ik heb net weer zeven keer op-en-neer gelopen, om al die dozen op te pakken en ze weg te bergen in een van die kasten waar ze lagen. 

Geen lepeltjesweken denk ik. Of misschien over twee weken dan maar weer. 

Deze maand duurt lang genoeg, heeft zelfs vijf donderdagen.