woensdag 20 november 2024

Bevallige dochter






Even voor half zeven werd ik wakker omdat ik naar de wc moest. De grote boodschap in de vroege ochtend komt haast nooit voor, maar ik herinner me die nog wel, van een andere keer. Anderhalf uur later begonnen toen de weeën. Nu mag ik nog altijd niet persen en zat rustig uit. Na mezelf te hebben gewassen en aangekleed namen we een sober ontbijt en reden om acht uur weg vanuit het hotel, omdat het toen pas een beetje licht werd en ik in het donker niet kan rijden.

Ik genoot van de prachtige zonsopkomst in een bijna heldere hemel die licht rood gekleurd was. Ik genoot als toen, toen ik de eerste weeën fijn vond omdat we op weg waren naar de geboorte van onze dochter. Het was in werking gezet en ik vroeg mijn man thuis te blijven van zijn werk.


Het weer veranderde. Donkere wolken dreven over. Uur na uur kregen we storm met vanaf de Belgische grens, hagel en sneeuw, die trouwens bleef liggen. We hadden veel files en konden maar langzaam rijden vanwege de windvlagen en ik was bang voor wat er ging komen, toen en nu ook. We naderden Antwerpen, van oudsher een ramp om doorheen te moeten rijden. 

Wanneer zouden de persweeën beginnen? De weeën werden heviger. Ik zat geknield voor mijn bed en steunde op mijn ellebogen zodat ik de weeën kon opvangen. De pijn verminderde onmiddellijk. De verpleegster kwam pas na tien uur, en zag te weinig ontsluiting. "Zes" zei ze.  

Antwerpen gaf eens totaal geen krimp, en we konden zonder file doorrijden. 


Om half twaalf naderden we Breda, ik was doodmoe; om half twaalf kwam de verloskundige en ik was doodmoe. Ik kreeg een tien, maar mocht nog steeds niet persen. Ik ging nu en toen nog even naar de wc voor een plas, ook toen riep de verloskundige "Niet persen" . 

De laatste twintig kilometer en de laatste twintig minuten was er totaal geen zicht meer; totdat de verloskundige zei dat ze haar hoofdje zag. Om vijf voor twaalf belden we aan, na een vermoeiende autorit en toen ik destijds haar hoofdje zag kreeg ik een traantje en zij schreeuwde toen om te kunnen leven.

Nu zag ik een glimlachend hoofd. "Dag lieverd" groette ik onze dochter: "vijftig jaar" nog even puffen na die lange vermoeiende reis. "Gefeliciteerd met je Sara"; het was weer woensdag.

 

maandag 18 november 2024

Alles zit in een naam


Onze ouders hadden wellicht voorzien dat ze veel kinderen kregen. 

Haar kinderen kregen koninklijke namen als het aan mijn moeder lag.

Mijn oudste zus werd gelukkig geen Beatrix genoemd, want onze pa stak daar een stokje voor. Zijn oudste werd genoemd naar zijn moeder: Adelheid, heel koninklijk dus. Ik denk dat er daaromtrent wat strubbelingen waren omdat het uiteindelijk Aleida is geworden, door haarzelf verkort tot Leida en rond haar achttiende jaar gemoderniseerd tot Linda.

 

Mijn tweede oudste zus werd Irene genoemd, wat zijzelf tijdens de opgroei al niet leuk vond omdat het sireentje werd, "tadu, tadu, tadu". 

In onze streken zetten wij altijd "ons" voor een meisjesnaam als het familie is en "onze" bij een jongen, dus werd zij 's Irene, of 's Ireen (sereen), wat in onze oren normaal klinkt, maar niet in die van anderen en zeker niet in die van haar. 

 

Margriet, werd Griet. Toen ik klein was noemden ze me Grietje en sommige tantes zijn me zo en zelfs Grieteke blijven noemen. Heel vervelend vond ik dat mijn iets jongere broer Hans was genoemd, zodat wij als hans en grietje door onze jeugd gingen. Toen onze Hans verkering kreeg met zijn Sanne waarmee hij na enkele jaren trouwde, klopten ook deze namen, want pas veel later bleek er een zangeres Sanne-Hans te heten. Voor onze Hans lagen de zaken anders. Als wij samen werden genoemd werd het Grietje en Hans, maar meestal werden mijn broers in een adem genoemd: Hans en Kees, en nu is het Hans en Sanne.

 

Duidelijk is dat de twee broers en zus die na mij kwamen geen koninklijke namen meer kregen. Onze Kees werd gewoon Kees, zonder junior, maar dat was hij wel natuurlijk. Mijn jongste zus had van mijn moeder wel Lucia mogen heten naar haar zelf, maar wij vijven werden door onze ouders gestimuleerd om namen voor dat nieuwe kindje te bedenken. De meeste stemmen golden. Lucia werd door ons weggestemd en de baby ging door het leven als Antoinette. Toch koninklijk uiteindelijk. Wisten wij veel, hoe het met die koningin was afgelopen...

 

Waarom zijn ouders mijn man Jelmer noemden werd ons nooit duidelijk. "Gewoon een mooie naam", zei mijn schoonmoeder desgevraagd. Later vonden wij uit dat het een Friese naam betreft die nobel en beroemd betekent. Dit klopt ten dele, alleen beroemd moet hij nog worden.

 

Jelmer en ik zochten voor onze kinderen moderner namen. Lieke voor onze dochter en Simon voor onze zoon, naar een van zijn verre, verre stamvaders. Tijdens mijn zwangerschap van Lieke stond haar naam al vast. Om niks prijs te geven voor de geboorte daar was, noemde ik haar Elleke, daarbij alleen de eerste letter prijsgevend, maar dat wist niemand. 

 

Omdat Simon de stamhouder is van de familie kreeg hij een serie andere namen erbij waarbij we goed moesten opletten dat daar geen woord van gemaakt kon worden. Simon, Cornelis, Hendricus, Adrianus, Theodoor (schat) bijvoorbeeld, want behalve de naam van ter zake doende voorvaders, moest die van mijn broer er als peetoom ook bij. Gelukkig is hij nog altijd een grote schat, maar Hendricus lieten we achterwege.