dinsdag 29 augustus 2023

BOMEN OVER GRENZEN

Vanuit Frankrijk lekker anderhalf uur aan de telefoon gebabbeld met een vriendin die al decennialang in Zweden woont. Ze heeft een haag laten aanplanten maar ze weet niet precies om wat voor bomen het gaat. ‘Naaldbomen, ja’, zegt ze. ‘Iets met Brabant, daar kom jij toch ook vandaan?’. 


Tien jaar geleden nam ze stekjes vanuit Nederland mee van een sering. Enkele stekjes van de boom zelf en een paar uit de grond eromheen. "De boom", vertelt ze me, "stond in mijn moeders tuin in Limburg. Vanuit het keukenraam had zij daar een mooi zicht op". Inmiddels is haar moeder overleden. Van de jonge stekken bleef er eentje in leven die uitgroeide tot een prachtige sering. Vriendin hoopt dat dit jaar de boom eindelijk voor het eerst zal bloeien, maar ik weet niet zeker of seringenbomen ook daadwerkelijk groeien en bloeien in Östergötland, langs het Vätternmeer.

 

Ondertussen vroeg ik haar de factuur te zoeken waar ongetwijfeld de naam van de nieuw aangeplante haag op staat. Haar echtgenoot riep iets op de achtergrond en vriendin verduidelijkte: “Thuya occidentalis ‘Brabant", "zie je wel, iets met Brabant erbij”, herhaalde ze haar echtgenoot. De levensboom. Ze zal er ongetwijfeld honderden hebben moeten laten aanplanten om hun terrein in zijn geheel te omzomen. Volgens vriendin de enige haag om rendieren en elanden van hun land te weren, omdat ze daar niet van zouden eten. 

Terwijl vriendin dromerig verder vertelde over de prachtige blauwe haag zonder elanden, voegde ze er terloops aan toe dat die seringenboom uit haar moeders tuin een beuk blijkt te zijn volgens hun haagleverancier. De schaterlach die volgde klonk erg aanstekelijk en ook ik lag in een deuk. 


Wat later nam ik een paar duizend kilometer zuidelijker mijn hosta’s uit de grond. Vorig jaar had het blad nauwelijks kans gezien om uit te groeien vanwege de escargots. Ik plantte ze over in grote potten in de hoop dat de veelvraten ze met rust zullen laten. Hosta's in pot. 


Inktzwarte lucht kwam naderbij. De zoveelste hagelbui deze week kondigde zich aan, na de vreselijke hitte. 

In mijn groentetuintje staken frêle gele bloemen sterk af tegen de donkere lucht en verbaasd keek ik naar twee overgebleven rode kolen die vanuit de stelen,  jonge planten gaven met die prachtige gele bloemetjes eraan. Nog nooit zoiets gezien. De kolen zelf waren redelijk aan het verschrompelen. Zoiets simpels als een rode kool, maar ik had geen idee hoe ze eigenlijk groeien, bloeien en zaad geven. 


Terugdenkend aan het telefoongesprek met mijn verre vriendin, bedacht ik dat het alweer lang geleden was dat we elkaar zagen. Wellicht tijd om eens een week te plannen. Een week lang babbelen over slakken en elanden. Over Brabant en Limburg en vooral lekker bomen over beuken en seringen en over beukenzaailingen.



 

 

vrijdag 4 augustus 2023

Lange dagen

Bij Simon zit overal muziek in en daarmee lijkt hij op zijn vader. Het is fijn een week bij mijn zoon te logeren. We zien elkaar veel te weinig. 


Dinsdag stond ik gelijk met hem op om precies vier uur. Snel ontbijtje maken om mee te nemen; fototoestel mee en water in kleine flesjes. Een appel en dat was het. 

Simon wacht tot ik instap en maant me tot spoed. Om kwart voor vijf moet hij inklokken. Het is een mooie rit, een leuke rit en vol met nieuwigheden. 

Om in een cabine van een vrachtwagen te zitten die achttien meter lang is, is al avontuurlijk, nadat ik me met de twee treden van de trap ophijs om binnen te kunnen klauteren. Alles in de cabine is groot. De stoelen, de ruimte. Simon zit meer dan een meter van mij vandaan. Hij heeft een interessant dashboard met zoveel knopjes en bliepjes, dat hij wel een piloot lijkt. Mijn uitzicht is fantastisch. Ik kijk overal overheen. 

Bij een brug over het water zie ik water en niet alleen wat stukken van de reling. Bovendien kan ik buiten kijken. Over de auto’s heen. 


Dat mijn zoon rijdt doet mij lui achterover zitten en rondkijken. Hij vertelt, welke rivier we passeren, welk gebouw daar staat of wordt gebouwd. Hij vertelt over de geschiedenis, de oorsprong, van steden en dorpen, maar hij vertelt ook over de gebruiken van sommige medeweggebruikers en hoe hij daar mee om moet gaan. Hij heeft met een bevriende collega dagelijks contact op de dagen dat beide werken. 


Als mannen onder elkaar hebben ze een grappige conversatie. Over “het front” als het over hun privéleven gaat; of over de “reddingswerkzaamheden” onderweg, die meestal aan het einde van de dag worden besproken. Vaak gaat het om inhaalmanoeuvres van meestal jongere automobilisten, jonger en midden dertigers dus, die zich als koningen op de weg begeven en die de vrachtwagen moet inhalen en daarna snel op de rem, om niet met twee wielen in de afrit te belanden. 


Als het jongmens het niet haalt wordt zijn auto “gelanceerd” en kan er letsel ontstaan, waarop alle truckers bedacht moeten zijn. Die zijn zich ervan bewust dat ze de machine waarin ze rijden te allen tijde onder controle moeten hebben. 

Vaak is zo’n jongere bestuurder druk met zijn telefoon en slingert of remt, of let gewoon niet op terwijl ze wel tachtig rijden. 


Het was een interessante conversatie om te volgen. Het viel me op dat autobestuurders vaak fel en soms agressief reageren; en dat de vrachtwagenchauffeur kalm blijft. Moet blijven, de situatie mag niet uit de hand lopen. Het is hun vak; het zijn professionals. 


Ik heb veel geleerd, die dag en mijn zoon met bewondering gadegeslagen, toen hij met die lengte over een kleine brug een binnenstad moest inrijden tussen Mac Donalds en de HEMA en daar moest keren. Ik durfde maar amper te kijken. 

Veertien uur na vertrek waren we om kwart voor zeven in de avond terug. We haalden onderweg naar zijn huis maar een frietje met een bamihap. Ik kon ook niet meer koken die avond.