donderdag 20 maart 2025

DEBUTANT

Als ik dan mijn eigen teksten in gedrukte vorm nogmaals doorlees, dan vind ik het maar zozo. Een ander schrijft mooier, vloeiender, en vast interessanter. De titel op de cover staat te hoog in verhouding tot het boek. Honderdzestig pagina’s is maar één centimeter dik. Ik dacht dat het wel een dikkere pil zou zijn. Een verwijzing naar mijn debuut durf ik niet eens op Facebook te zetten, bang dat iemand het leest en afkraakt. 

Het zijn geen romans. Ik moet zoeken wat het dan wel is. Een essay, dat is toch wetenschappelijk verantwoord met een eigen interpretatie? Volgens mij mag dat maar 60 pagina’s zijn – nog geen halve centimeter -, maar het essay dat ik schreef heeft er ruim honderd, dus daar klopt geen bal van. 

"Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een wetenschappelijk, cultureel of filosofisch onderwerp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen", lees ik op internet. Is het een guilty pleasure, als het over mijn lepeltjesverzameling gaat? 

Daar durf ik eveneens geen ruchtbaarheid aan te geven. Dat heet schrijfschaamte toch? “Een schuldig genoegen is iets, zoals een film, een televisieprogramma of een muziekstuk; dat men geniet ondanks het feit dat men het verhaal niet hoog acht, of als ongewoon of vreemd wordt beschouwd”, lees ik verder.


Mijn verhaal scoort vast niet hoog, maar ik heb er wel plezier aan beleefd en ik heb er nog steeds lol in. Neen, ik denk niet dat Maarten van Rossum gelijk had toen hij eens bij DWDD vertelde dat al die duizenden huisvrouwen die schrijven, hun "troep" maar beter kunnen weggeooien. Zo ver hoeft het niet te komen, Maarten; de uitgever doet dit voorwerk al. Ze reageerden meestal niet als ik “iets” instuurde waar ik al gauw drie jaar aan heb gewerkt. Veel uitgevers nemen zelfs geen manuscripten meer aan. 

Als ik aan een uitgever zou voorstellen dat ik een boek schreef over mijn verzameling toeristenlepels, dan snapt iedereen wel dat die deur dicht blijft. Hoe dan wel? 

De uitgevers geven me niet uit, ze laten me niet eens binnen. Wie er binnenkomt is bekend, al dan niet door de partner en/of al snoeiberoemd in binnen- of buitenland. Beroemd door het beroep als, politicus, sporter, of als schrijver met veel plattaal. Een  beroemd buitenlandse schrijver die al “binnen” is om al dan niet vertaald te worden uitgegeven. Business is business.


Maar wat is er mooier om je dagboek, je niet roman, je half fictie en half non-fictie, je soort van essay, je verzameling mooie zinnen en oude woorden aaneen te rijgen tot iets met een inhoudsopgave, iets wat je zelf als een fotoboek doorbladert zodat je later, als de herinneringen jou in de steek laten, opnieuw kunt lezen, het wanneer en het waar. Zoals in de film “The Notebook” precies zo gebeurde. Hij leest zijn demente vrouw voor uit haar eigen werk. Een prachtig verhaal dat verfilmd werd en als boek van de Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks uitkwam in 1994 en meteen een bestseller werd, nadat veel uitgevers het weigerden. 


Ik weet niet hoe lang ik moet wachten om de titel “oudste schrijversdebutant van Nederland” te krijgen. Ik noem bewust niet debutant van Nederlandstalige boeken, want dat haal ik nooit meer in.

Die titel is voor Brigitta Simoens uit Gent. Zij debuteerde in 2019 met haar biografie “Eb & Vloed”. Ze is dan negentig jaar. Als je negentig bent dan heb je inderdaad veel te vertellen. De schrijfster is in februari 1923 overleden. Het boek is jammer genoeg niet meer te verkrijgen bij Standaardboekhandel.be, want volgens mij heeft ze een boeiend leven gehad. Haar herinneringen zullen blijven, nog generaties lang. 

zaterdag 15 maart 2025

BOMEN IN BRABANT



Woeste gronden, zandgronden, droog en onvruchtbaar. Enkele termen over Brabant wanneer je naslagwerken napluist van de Heemkundekring in Brabant.

Bossen, heide, rivieren en vennen met zowel loof- als naaldbomen. Vroeger een enorm jachtgebied, maar ook nu is er nog veel wild waar volgens regels op gejaagd mag worden. Hertogdom Brabant. Het vroegere bosrijke jachtgebied van de hertog is tegenwoordig de hoofdstad van het noordelijk deel van Brabant, ’s-Hertogenbosch. De vorige hertog en hertogin van Brabant, prins Philip en prinses Mathilde voelen zich ongetwijfeld met dit mooie gebied verbonden. De bossen bleven, en ondanks de staatsgrens midden in het hertogdom werd de hertog opgevolgd door zijn dochter hertogin Elisabeth.


In 2006 is het 900-jarig bestaan gevierd van heel Brabant. Een van de projecten was het aanplanten van maar liefst 900 bomen in het hele hertogdom, verdeeld over 251 gemeenten in de provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. De 900ste boom werd door hertog Philip en hertogin Mathilde aangeplant in Brussel. Voor dit grootse project kwam de zilverlinde in aanmerking, de Tilia tomentosa ‘Brabant’.

De lindeboom wordt zeer oud, 800 jaar is geen uitzondering. De Tilia tomentosa ‘Brabant’ met de fris groene bladeren in het voorjaar, de zilveren bladeren in de zomer, naar goud verkleurend in de herfst heeft een statig silhouet in de winter. Buiten het feit dat de Tilia in alle jaargetijden prachtig is als park- of laanboom, is deze van oudsher verbonden aan Brabant en zijn volk. 


De grootste Hollandse linde is te vinden in België in het kerkdorp Doyon in Havelange. De dikste zomerlinde, le tilleuil de Conjoux, nabij Ciney heeft een stamomtrek van 8,5 meter! Over het algemeen worden bomen in België ouder en dikker dan in Nederland.

De linde kan zeer veel last hebben van bladluis (Eucallipterus tiliae). Deze luis scheidt honingdauw af, een suikerhoudend vocht, waarop rupsen van de lindebladwesp (Caliroa annulipes) het blad wegvreten. Ook kan de Tilia bij langdurige droogte aangetast worden door spint (Eotetranychus tiliarum). De zilverlinde heeft weinig last van ziekten of luizen.


De Brabantse bomen gaan de hele wereld over.

De Tilia wordt in Brabant op grote schaal gekweekt en geëxporteerd. Een concentratie van vaak eeuwenoude boomkwekerijen vindt men in het noorden van Brabant tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Haaren, wordt daarom wel “de tuin van Brabant genoemd”. Zundert, een grensgemeente in het noordwestelijk deel van het hertogdom, bestaat uit vrijwel uitsluitend kwekerijen met bomenteelt. Diverse gemeenten maken zich sterk voor samenwerking op agrologistiek gebied zodat de concentratiegebieden van bomenteelt als ‘Brabant Greenport’ landelijk op de kaart kan worden gezet.

Fossiele resten van de Ginkgo Biloba vertellen de wetenschap dat deze boom met zijn fris groen waaierachtig blad geen streep veranderd is in tienduizenden jaren. In Brabant wordt deze oerboom nog steeds op grote schaal gekweekt.


In Europa zijn in bruinkoollagen ook fossiele resten gevonden van de Sequoia of mammoetboom, lid van de cypressenfamilie. Van nature komen ze voor langs de kust in Californië. De hoogste en grootste Sequoia ter wereld meet 115 meter hoog met een bodemomtrek van 40 meter. Tevens is deze mammoet de oudste boom ter wereld en werd hij na jaarringenonderzoek geschat op 3200 jaar. Hij deed er 1000 jaar over om volwassen te worden. In de tweede helft van de vorige eeuw werd de Sequoia in Europa als sierboom ingevoerd en aangeplant. In het Waalse Esneux staat de dikste sequoia die op 1,5 meter hoogte reeds een stamomtrek heeft van bijna negen meter. In het Sequoia National Park in Californië staat de General Sherman Tree met een hoogte van 83 meter en een omtrek van 26 meter.


De bloesem van de lindeboom is overbekend. De zacht geurende bloemen worden gebruikt voor kalmerende theeaftreksels, alsook voor shampoo- en badschuim-extracten. De bijen leveren heerlijke honing van de lindebloesem, maar ze worden er ook dronken van. Het zachte hout van de lindeboom is door de fijne nerf uitermate geschikt voor beeldhouwwerk en houtsnijwerk.

Bomen zijn de grootste en langstlevende bewoners van onze aarde. Staatsbosbeheer heeft ter gelegenheid van de geboorte van prinses Amalia in 260 gemeenten in Nederland een ‘koningslinde’ aangeboden.


Het landschap

Wat is er mooier dan door een Brabants dorp te fietsen en een boerderij te zien, beschermd en half verscholen door prachtige leilinden.

Zeker diep in de winter, wanneer de prachtige contouren van volwassen bomen structuur aan de omgeving geven herkennen we onmiddellijk de linde. In Engeland wordt de Hollandse linde tot de grootste loofbomen gerekend en wordt daar soms 46 meter hoog. De (Hongaarse) zilverlinde met zijn brede koepelkroon groeit tot 30 meter uit. Zijn Chinese neef, de Tilia oliveri heeft een 25 meter hoge koepel. De Tilia petiolaris tenslotte wordt 32 meter hoog en heeft in tegenstelling tot de andere linden een smalle kroon. Allemaal hebben ze sierlijke, kronkelige takken. Allemaal worden ze in Brabant gekweekt.


De heilige eik die met een groot gat in zijn vijfhonderdjarige stam nog steeds bladeren en eikels produceert. De majesteitelijke beuk met zijn satijnen stam, maar vooral de zilveren linde heeft een hertogelijk tintje. Wij Brabanders houden van onze koning; ieder de zijne, maar dat wij samen één hertogin hebben betekent een saamhorigheid. Nederlander of Belg, het maakt hier niet uit. We zijn Brabander en onze twintigjarige Hertogin is kroonprinses Elisabeth. Daar zijn we trots op.

maandag 3 maart 2025

PERSONEEL




Ooit een vast contract gekregen door op het stadhuis een ring aan mijn vinger te schuiven betekent niet dat mijn man ook iets van tuinieren weet of er iets mee te maken wil hebben. Tegen wil en dank is hij lid geworden van onze tuinvereniging, omdat ik de afstand te ver vind om daar alleen in donker heen te rijden. Om diezelfde redenen zijn er meer echtgenoten op de clubavond te vinden, waar zij zich in een groepje opstellen achter in het zaaltje. Zij houden zich afzijdig bij de uitleg over snoeien, bloemschikken of andere uiterst leerzame lezingen, maar fluisteren over voetbal of klagen over hun opdrachtgevers. Deze mannen, ons tuinpersoneel voor het zwaardere werk, beschouwen de maandelijkse clubavond als hun personeelsuitje en letten in het geheel niet op. 

Thuis zitten wij met dit onwillige personeel opgescheept. Mijn personeel hoorde iets over snoeien, zodat mijn appelboompje nu alleen nog maar een stammetje is met één armpje en wat gekrulde blaadjes. De aangeplante buxusrij is helaas, maar wel per ongeluk weggemaaid met de nieuwe bosmaaier die wel erg scherp bleek te zijn. Mopperen wij, actieve tuinierders over de slechte inzet van ons personeel dan is er wel wat tegengas. Eén van de onwillige personeelsleden vond dat wij teveel tuintijd overhadden, want als hij staat te maaien, staat zij hem aanwijzingen te geven in plaats van mee te helpen. Unaniem waren alle mannen het daarmee eens, waarop wij onze schouders ophaalden voor we ze weer onder de vele tuinklussen zetten. We zaaien, planten, stekken en plannen zowat het hele jaar door. We spitten zelf een stuk gras om voor een nieuwe border wanneer ons personeel weg is, zodat we geen kritiek krijgen over nog meer tuinonderhoud, wat we doorgaans zelf plegen te doen. 

Maar in de winkel doet hij de zaken. Zeker als er ‘broodnodig’ een nieuw speeltje in het gedrang is. Eerst wordt er flink huiswerk gemaakt en worden de folders goed bekeken, maar daarna brengen ook wij uren door tussen bosmaaiers, zitmaaiers, takkentangen, motorzagen, heggenscharen en meer levensgevaarlijk spul, waar een tuinbedrijf blij mee zou zijn.

Een bevriende kweker heeft het met zijn personeel wel goed voor elkaar. Op een paar veldjes heeft hij ezels gezet die voor hem het gras en al het andere groen goed kort houden. Wanneer hij in de borders het onkruid wiedt volgen zijn Indische loopeenden hem in zijn kielzog om een slakje mee te pikken. Overal heeft hij bakjes staan gevuld met bier waarin een aantal slakken hun einde vonden. De ranke zwarte eenden laten zich de escargots met bier goed smaken waarna ze verzadigd, als waggelende flessen naar hun verblijven gaan, om te kibbelen met hun soortgenoten. 

Eigenlijk hebben wij ook niet echt te klagen. Zonder vergelijkingen te maken bedienen we ons van eigen personeel dat, soms nukkig als een ezel, toch het gras en ander groen goed kort houdt. We verwennen ze dan met een heerlijke maaltijd met zo nu en dan zelfs escargots en op zijn tijd een biertje. Zijn beide partijen weer helemaal gelukkig, voor onbepaalde tijd....

TUINIEREN OP DE DECIMETER

Met storm, hagel, onweer en regen namen we afscheid van deze winter. Maart roerde zijn staart en liet ons in één maand vier seizoenen beleven. Van de ene op de andere dag staat de kastanje in blad en bloeit de kerria. Kriebels. Niet voor de schoonmaak, maar zaaikriebels. Tijdelijk is mijn keuken getransformeerd tot kraamkamer voor plantjes. De vensterbanken leeg en de grote open kast ontruimd om plaats te maken voor mijn verzameling eierdozen, piepschuimen vleesschaaltjes en stapels plantenpotjes. Van lege yoghurtpotjes knipte ik tientallen plantenpinnen waarop de namen komen van het veelbelovende zaaigoed dat voor me ligt. 


Het zaad van de Iberis gaat meteen de volle grond in, net achter de nieuw aangeplante lavendel in de witte border.  De bovenste kastplank krijgt de zaadjes van de witte Cosmea en Cleome. De bak ernaast bezaai ik met Phlomis, helaas alleen de gele, want de witte was nergens te verkrijgen. Op de tweede plank komen bakjes met Nigella, Nicotiana en Amaranthus. Bestemd voor de border waar de Agapanthus al weer aan het opkomen is. In de bak daarnaast zaai ik Lathyrus, Calendula en Tropaeolum in perzikkleur, plus twee potjes voor de Valeriaan. Ziezo, keurig alles genoteerd en gezaaid. Later zal ik bedenken waar ik de plantjes uit deze bak ga uitzetten, want qua kleur past er voorlopig niks bij elkaar.

De gratis verkregen zaden vormen een apart hoofdstuk. Mijn keuken is letterlijk bezaaid. Op het dichtgevouwen keukenpapier en in de koffiefilters kom ik allerlei namen tegen: ‘Ridderspoor’, ‘blauwe bloemen Erik’, ‘duizendschoon’, ‘oranje bloemen Ria’, ‘wandeling geel’, ‘buro Anneke’, Jacobsladder’ en (beschimmelde) ‘pompoenpitten’. Overal liggen potjes, zand, boeken en schema’s. Vrijwel alles moet ik opzoeken. Gaat het om vaste plantjes of eenjarigen. Willen ze zon of schaduw. De kleur, hoogte en droogte.

Het voorzaaien is ieder jaar weer een heerlijke klus. Een uitdaging om er eens geen chaos van te maken. De kast echter raakt vol dus wijk ik uit naar de vensterbank en een grotere zaaibak. Ik mix Erik’s blauwe bloemenzaad met het oranje van Ria en zaai keurige rijtjes op de vochtige aarde van die bak. Ook de yoghurtpin krijgt als opschrift: oranje/blauw, Ria/Erik, enz. Glimlachend schuif ik een plastic pedaalemmerzak over de zaaibak, als ik bedenk dat deze twee mensen niet eens van elkaars bestaan afweten. Ik ben benieuwd wat dit voor bloemen worden en terwijl ik geen enkel idee heb waar ik deze plantjes straks zal uitzetten, maakt iedere zaailing die opkomt me erg blij.

BOSTUIN IN BELGIË


De zaterdag van de familiebarbecue begon met de opkomende felle zon boven de poort en hoog boven de mastbomen die Pol nog op zijn stukje grond had staan. Ik zat op het terrasje tegen de gevel van het chalet met zicht op de vogelsnacktent en op de hoge bomen. Behalve mijn ontbijt, dat ik op het tafeltje had neergezet, zette ik op de camera de grote lens, terwijl ik vast een slok koffie dronk, die anders koud stond te worden. De eekhoorn die ik verwachtte, kwam achter de wielen van mijn auto vandaan. Hij had die nacht vast in een van de kruinen geslapen. Langs de gladde stam had ik hem naar beneden zien roetsjen en even later sloop hij ons terrein over en wachtte even bij de auto om zich ervan te vergewissen dat de kust veilig genoeg voor hem was om het veldje over te steken naar de tuin, waar de snacktent zich bevindt. De eekhoorn wipte handig naar de eerste etage waar een groot bord stond met brood. Hij at met twee handjes het brood, en proefde van de overige lekkernijen die hij verder liet liggen. Geen friet dit keer. Hij bezocht de bovenste etage, net onder het schuine dakje en weer at hij netjes met twee handjes. Steeds stopte hij wanneer hij de zachte klikjes hoorde van mijn camera, waardoor het leek of hij voor de grote lens poseerde. Ik vond hem nog steeds mager. Even later nam hij een sprongetje naar het vogelhuisje dat los van de snacktent staat en ook daar snaaide hij wat voedsel, voordat hij over de dikke tak die Jos daar voor hem had neergezet, behendig naar beneden klauterde. Hij onderzocht de rest van de tuin, waar hij nieuwe elementen bespeurde en bekeek ze. De parasol die nu op het terrasje stond kende hij niet en ook zag hij niet eerder de lelijke plastic kabouter, die ooit wit moet zijn geweest en die op een stronk stond tegen het terrasje aan. Ik knipte vaak toen het leek of de eekhoorn op de stronk om die kabouter heen danste, voordat hij hoofdschuddend het hazenpad koos en zijn heil zocht in de nog altijd dichte struiken verderop in de tuin. Ik had wel veertig foto’s genomen en daar zou vast een leuke tussen zitten.

In de hoge struiken was flink geruis te horen. Even later vloog de gaai op, zijn prachtige kleuren aan mij tonend. In zijn kielzog een merel die vervaarlijk de gaai wegjoeg. Weg van zijn territorium waar hij ongetwijfeld zijn wijfje en misschien zijn jonkies moest beschermen tegen deze grote indringer. Weer was het me niet gelukt de gaai binnen mijn lens te vangen. Hij was snel en zocht meteen een schuilplek hoog in de bomen. Ik kreeg het warm, omdat de zon inmiddels op het terras scheen waar ik zat. Mijn camera legde ik alvast binnen en met een tweede kop koffie ging ik nog even terug naar het terras.

Even later was het rustige uurtje voorbij en werd de ochtend verder gevuld met de aankleding van het grote terras. We zetten de grote parasol uit waar wel tien mensen onder kunnen zitten. Op het nieuwe terrasje zette ik de kleine parasol nu helemaal open wat heel gezellig stond. De stoelen van binnen moesten naar buiten en de oude terrasstoelen moest ik nog grondig schoonmaken met een agressief middeltje. Overal moesten kussentjes, kleedjes en duizend andere dingen moesten geregeld worden, voordat om half twee iedereen zou komen, en laat in de middag de cateraar.
Mijn broer, met Denise en haar dochtertje zouden eerder komen. Onze kinderen met hun gezinnen ook, zodat ik uitrekende dat we al met twaalf mensen zouden lunchen, voordat een uur later de rest van de familie zou komen. Had ik alles wel in huis? Ik moest vast nog eens naar de bakker om extra brood te halen. Immers zou onze dochter en haar gezin blijven slapen van zaterdag op zondag. Nog een heleboel te regelen en maar hopen dat alles goed zou gaan. Het weer werkte in ieder geval uitstekend mee. 

Jammer dat dit alles voorbij is. Mijn broer overleden, het huisje verkocht.
Ik hoop dat het goed is blijven gaan met de eekhoorns.


 

Mijn Belgisch frietvriendje