Het mooiste van de herfst zijn de lange avonden. Vanaf vijf uur is het donker en is iedereen wel weg, behalve op de overvolle wegen, die ik zoveel mogelijk mijd.
Nog voor het avondeten vlieg ik even naar een vriendin, omdat zij mijn hoed klaar heeft. Blij de stad te kunnen verlaten, verwelkom ik de duisternis van het bos. Geen wolkje aan de lucht en daar beneden is het aardedonker. Medusa, mijn zwarte raaf ging voor mij zitten. Zonder haar scherpe blik kan ik de weg naar mijn vriendin niet zo snel vinden. Gelukkig vergezelt ze me op al mijn tochten.
Bij Romana aangekomen ruikt haar hele keuken naar kruidige soep, waarin ze cholesterolverlagende artisjokblad en saffloerzaad heeft verwerkt. Op tafel staat een likeur van Eschscholzia klaar en een schaaltje gesuikerde kardemonzaden. Voorzichtig haal ik de gedroogde bloemen van Eupatorium uit mijn jaszak samen met een grote hoeveelheid gedroogde adderwortel en gemalen wilgenschors, zodat zij een voorraad aspirientjes kan maken.
We zien elkaar niet vaak en nooit lang en wisselen snel de laatste nieuwtjes uit, terwijl we klinken met de heerlijke likeur. De hoed is mooi geworden. Mijn oude vod kieper ik in haar vuilnisbak en ik pas de nieuwe. Heerlijk warm voelt die. Weer lukte het haar niet om de punt van de hoed helemaal recht te krijgen, zodat die als een kromme vinger bovenop mijn hoofd staat. De grote flap achter vormt echter een perfecte bescherming tegen regen en wind. Mijn lange witte haren kunnen er helemaal onder.
Bij afscheid geeft de lieverd me zaden mee van de ginkgo; zo’n boom heb ik inmiddels in mijn tuin geplant. Ook geeft ze me wortelschors van de braakwortelspirea plus hysopblad, zodat ik de komende winter niet verkouden word. Maar thuis heb ik daarvoor nog bittere siroop van gedroogd malroveblad met gember. We nemen hartelijk afscheid van elkaar.
Op de terugweg neem ik een andere route waar ik later erg blij om ben. De uitgestelde reparatie aan mijn vehikel doet me belanden in de krater van een van de omgevallen lindebomen. Medusa mekkert wat en ik stel haar gerust. Ik ga zitten en leunend tegen de onderkant van het wortelgestel verhelp ik het euvel, zodat we verder kunnen. In het licht van de sterren zie ik plotseling stobbenzwammetjes staan en word helemaal blij. Ze zijn zeldzaam, zeker in deze tijd. Ik pluk er zoveel ik er kan meenemen, en word voor straf her en der in mijn handen geprikt. Ik baal dat ik geen balsemwormkruidzalf bij me heb, zodat ik nog naar die tuin moet van dat grote huis even verderop, waar ik zo geruisloos mogelijk probeer aan te komen. De hond blaft niet. Zijn volkje zit waarschijnlijk op dit uur te eten. Bovendien ben ik in mijn jas vrijwel onzichtbaar. Snel snij ik wat blaadjes van het daar groeiende huislook en smeer het witte sap op mijn pijnlijke handen. Het verzacht onmiddellijk. De verdere tocht gaat probleemloos, zeker omdat er geen wolken zijn en de maan is nog maar net begonnen aan haar eerste kwartier. Ongezien kan ik de fel verlichte wegen oversteken op weg naar mijn veilige huis.
Thuisgekomen maak ik onmiddellijk een warm vuur en kook een eenvoudige maaltijd. Medusa mijn zevenjarige vriendin let goed op. Ze kijkt nijdig naar Remus mijn even oude kater waar zij al haar hele leven een hekel aan heeft. Later bak ik de geurige stobbenzwammetjes helemaal gaar in volle boter, waarna ik er dikke soep van maak samen met wat gedroogd kleefkruid, een snuifje galega, waar ik normaal thee van zet, ei, lavas, ui en wortelen. Veel smakelijker dan de heksenboleten die ik met iets te veel azijn had ingemaakt.
De komende paar weken krijg ik het erg druk. Morgen begin ik aan mijn belangrijkste klus. Hiervoor heb ik de beste wilgentakken verzameld, want ik heb een naam hoog te houden.
Een bestelling van maar liefst vier nieuwe bezems en, uiteraard een nieuwe voor mijzelf.
De snelste.