woensdag 28 januari 2026

DAPHNE EN MURIËL

woensdag, 28 januari 2026

DAPHNE EN MURIËL

Muriël, een Engelse dame van onze Franse tuinclub gaf een voordracht over de planten in haar tuin die deze maand qua geur erg interessant zijn. Ademloos luisterden wij, want ik geloof sterk dat de Engelsen het tuinieren hebben uitgevonden en Muriël in het bijzonder. Ze had enkele kratten bij zich met daarin kleurige takken en geurige bloemen, diezelfde dag vers uit haar januarituin geplukt. Een grote tak mahonia ging rond. 

 

Ik noteerde de naam en later bij mijn vraag vertelde ze dat alleen de japonica zo sterk geurt. Enkele bloeiende takken viburnum gingen rond. Viburnum, waarvan ik de soort heb met schermachtige bloemen, die nauwelijks geuren. De bloeiende takken van Muriël geurden zo sterk dat volgens mijn man, ‘de buren er niet van kunnen slapen’. Nu maak ik me daar geen zorgen over want het huis naast ons is een bankgebouw. Twee keer moest ik Muriël om de naam vragen, want Latijnse plantennamen in de Franse taal uitgesproken door een Engelse en neergeschreven door een Nederlandse vraagt om moeilijkheden. ‘Viburnum x bodnantense Dawn’ verduidelijkte ze.

 

Dan was daar Daphne. Bedrieglijk mooi. Onwaarschijnlijk geurend. Muriël hield een mooie tak omhoog tegelijkertijd met twee viburnumtakken. Een waarlijk schone combinatie. Hier wilde ik de Latijnse naam van weten, zodat ik thuis verder kon zoeken, maar Muriël had zoveel composities en planten, waardoor ze veel vragen moest beantwoorden van alle aanwezigen van onze internationale tuinclub.

Het voordeel van de Engelsen is dat zij kunnen tuinieren. Mijn nadeel is dat ik veel namen van planten ken in de Latijnse en mijn moerstaal, zodat het een hele puzzeltocht wordt om de gangbare Franse naam te vinden van een plant. Andersom, staan in Franse gidsen van tuincentra er niet altijd de Latijnse plantennaam bij. Wanneer dan ook nog de Engelsen de planten benoemen in hun eigen taal raak ik het spoor helemaal bijster. 

 

En nu begon Muriël over Daphne. Een begerenswaardig struikje dat, in combinatie met de door haar genoemde virburnum, een lege hoek geurend en perfect zou kunnen opvullen. Later die avond praatten we nog wat na met een aantal leden van de club, waarvan ik er enkelen niet kende. Muriël stond even bij ons, dus onmiddellijk vroeg ik haar naar Daphne. Snel riep ze me dat ik de ‘odora’ moest kiezen voor de geur en weg was ze weer.

Door de overige gesprekken kwam ik niet verder en was al bang dat ik me weer eerst moest verdiepen in Engelse tuinboeken vooraleer ik achter de Latijnse naam en beschrijving van Daphne kon komen. ‘Ask that lady in that yellow sweater overthere, she knows a lot about gardening’ was het advies van een ander clublid. De dame met de gele trui voegde zich bij ons. ‘Jammer’ zei deze in onvervalst Nederlands, ‘dat de meeste planten van Muriël het niet doen bij mij, Muriël heeft zure grond. Bij haar staan de azalea’s en rododendrons er mooi bij.’

Is Daphne te mooi om waar te zijn? Niet voor niets misèreboompje of peperboompje genoemd. De Virburnum echter zal er zich hopelijk wel thuis voelen. ‘Wij kennen elkaar nog niet?’ vroeg de Nederlandse. Ik noemde mijn naam. ‘Aangenaam’ zei ze. ‘Ik ben Daphne’. 

woensdag 21 januari 2026

MEDEMBLIK

Medemblik, staat er op het lepeltje dat ik - nog in het doosje - in de kast leg. Lepeltje zevenhonderd zoveel. Op de geplakte afbeelding staat kasteel Radboud. Het kasteel hebben we na een lange wandeling van dichtbij aan de buitenkant gezien. Daarvoor liepen we om de haven heen en moesten we dezelfde weg teruglopen. De ingangspoort was dicht toen wij er waren, maar terug aan de overkant van het water zagen we mensen over het gazon lopen aan de binnenzijde van de poort. Het kasteel zag er heel toegankelijk uit. Niet zo groot en imposant als veel andere kastelen. Later zagen wij op internet dat dit een zogenaamd “dwangkasteel” was die vaak in de middeleeuwen werden gebouwd om dwangmaatregelen te treffen tegen de eigen bevolking, met name daar dus om de West-Friezen in toom te houden. Wij hadden nog niet eerder van dwangburchten gehoord. Een aantal ervan heeft de tand des tijds goed doorstaan, zoals die burcht in Medemblik en toen ik op internet andere burchten bekeek vond ik ze inderdaad op grote gevangenissen lijken. Het zijn vestingwerken, net als de citadels, die wij eens bezochten op Corsica en in Luik.

Terugkijkend naar de foto’s van dit uitstapje vond ik een foto met daarop een gevelbord waarop vier kinderen in klederdracht staan afgebeeld. Zonder uitleg moest ik dit nazoeken en het bleek om vier weeskinderen te gaan, afgebeeld op het prachtige  poortgebouw uit 1785, dat naast een voormalig weeshuis staat. Dat gebouw is daarna nog als bejaardenhuis gebruikt, maar gelukkig niet voor die voormalige wezen want die waren toen al zo’n honderd jaar eerder overleden.

Een levensgroot bronzen beeld van twee figuren beeldt “de beste stuurlui” uit. Jos zette zich ertussenin in met een lichtblauw shirtje aan en ik maakte lachend de veelzeggende foto. Het beeld is van Jan J. van Velzen die het in 1989 vervaardigde. Van Velzen, geboren in 1931 in Medemblik, maakte in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw meerdere levensgrote bronzen beelden. Eerder maakten we kennis met een andere kunstenaar die werd geboren in Medemblik en dat was schilder Rotius, die leefde van 1624 tot 1666. In het Rijksmuseum hangen slechts enkele doeken van deze schilder, maar in Hoorn is hij de grote meester van het West-Fries museum. Wij kochten een overzichtsboek van deze schilder toen we in Hoorn verbleven op het moment dat daar een indrukwekkende overzichtstentoonstelling van deze schilder te zien was. Hij was een leeftijdgenoot van Rembrandt en wordt ook wel de Rembrandt van Hoorn genoemd.

                                                                  "De beste stuurlui"

Wat we beter niet hadden kunnen meemaken in Medemblik is de lunch die ons werd geweigerd. Lopende in het mooie stadscentrum gingen we op het eerste de beste terras zitten “Rumours” geheten en bestelden een uitsmijter voor Jos en een maaltijdsalade voor mij. De juffrouw die ons hielp vertelde dat het misschien niet mogelijk was dus deed ze navraag bij de kok. Even later vertelde ze dat we er niet konden eten in verband met de trein die eraan kwam. Wij waren zeer verbaasd, want wat was er met die trein en welke trein? Eigenlijk konden we er ook niks drinken en toen ik vroeg of we dan maar beter konden opstappen, zei ze “ja”. We verlieten heel verbaasd het terras, waar meerdere gasten zaten en die nuttigden er wel iets. Nadenkend waarop wij werden gediscrimineerd liepen we verder te mopperen, wat de mensen bij het volgend terras natuurlijk konden horen. Zij nodigden ons uit om bij hun te eten en dus bestelden we hetzelfde. De trein bleek een toeristisch stoomdingetje aan wie die eettent een speciaal tarief had beloofd, erop hopende dat alle treinreizigers daar als gasten zouden eten. Toen we goed en wel lekker zaten te eten op het volgende terras zagen we de “treinreizigers” het stadje inlopen, die het gedurfd hadden die tent voorbij te lopen en zelf iets te zoeken. We zagen dat het terras bij lange niet vol zat en dat deed ons genoegen. Zo’n slecht zakenbeleid hadden we niet eerder meegemaakt. Een hele tijd erna, toen we weer thuis, 1200 kilometer verderop waren, schreef ik alsnog een recensie en haalde aldus mijn gram, omdat ik dat deelde op Facebook en op Google.

Voor een bezoek aan welke gemeente dan ook moeten we eigenlijk de tekst die Wikipedia of de Gemeente aanbiedt aan informatie meebrengen. Helaas bezoeken wij al deze stadjes spontaan en gaan af op louter de gezelligheid. Die gezelligheid vonden we zeker in Medemblik. Het ligt er prachtig bij aan het water. Overal is water, er is een molen, een haventje met mooie zeilboten, die geen van allen waren opgetuigd, er waren mooie winkelstraatjes, met een goed aanbod van winkels, scheef gezakte oude huisjes, trapgeveltjes. Het is een sfeervol plaatsje en “oude grond” zoals ik dat noem, waarmee ik uitdruk dat al in oude tijden de mensen er gelukkig waren, al dan niet vanwege de dwangburcht die dreigend aanwezig was. Het is een informatief bezoek geworden.


NEHALENNIA

In de 17e eeuw werd in de monding van de Schelde een steen gevonden die ter ere van godin Nehalennia was gegraveerd. Waarschijnlijk als dank voor het behoud van terugkerende schippers.
De steen komt uit de 2of 3e eeuw na Christus. Er zijn niet alleen dit soort stenen gevonden, maar ook stenen altaren en zelfs resten van tempels uit dit gebied, die te zien zijn in het Rijksmuseum van Oudheden. Nehalennia werd vaak zittend afgebeeld met een hond naast zich. De in Hulst in 1940 geboren kunstenaar Guido Metsers maakte in 1989 een levensgroot bronzen beeld van deze oude Keltische godin. Of was het een Germaanse godin? Dit beeld is te zien op de boulevard van Schagen in Domburg. Er werd ook in de oude tijd al veel handel gedreven door en met Duitsland ofwel de Germanen.

Misschien heeft het voortdurend aanroepen van deze godin zeventien eeuwen later in 1989, geresulteerd in de wereldberoemde Oosterscheldekering. Deze negen kilometer lange dam maakte van de eilanden Schouwen-Duivenland en Noord-Beveland, vaste land. Of toch niet? Want in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werden er drie eilanden bijgelegd, de zogenaamde "werkeilanden". Het is niet vreemd dat een voormalige zandplaat het werkeiland werd voor deze werken. Die oude zandplaat droeg al sinds oude tijden haar naam: Nehalennia, of Neeltje Jans.

Met enkele Franse vrienden hebben we dat museumachtig werkeiland bezocht. Niet alleen zij waren onder de indruk van de Deltawerken en zoals het een Nederlander betaamt was ik maar al te gretig om hen alles te vertellen wat hierover in het museum voorhanden is. Ook Jos en ik zagen de grootsheid in van deze werken. Met dit grootse werk werd ook het milieu gespaard, doordat over een aantal kilometers schuiven ! werden geplaatst die normaal open staan, zodat het gewone zeewater en de getijden hun gang kunnen gaan in het anders dode water. Hoe anders beleef je deze waterwerken in het echt, dan wanneer je er plaatjes, maquettes of documentaires over ziet. Enorm, enorm.

Het leverde mij een mooie lepel op met de afbeelding van de Oosterscheldekering daarop en daarbij bedenk ik dat misschien toch de goden stapje-voor-stapje wetenschap en inzicht geven aan ons, mensen, voor het vele dat in de loop der eeuwen tot stand is gekomen. We hebben nog vele duizenden jaren nodig om land te maken en water te bedwingen. En wellicht dat dan Nederland alsnog onder water zal verdwijnen, maar dat is misschien de goden verzoeken.


NIEUWPOORT

Opgenomen in mijn lepelverzameling zit bij “personen” een prachtig afgewerkte lepel die niet met een nep munt is beplakt maar echt is gegraveerd en versierd met een kroontje, met daarop de beeltenis van Claus en Beatrix. Daar direct onder, een strikje met hun namen en in de lus van de strik staat 10 maart 1966. In de steel aan de voorkant is gegraveerd:  “’t hart zij tolk voor oranje en volk”. In de achterkant staat in de munt: “Nieuwpoort 90”. 
Nieuwpoort 90? Wordt hier de stad Nieuwpoort bedoeld? In België bestaat ook een kustplaats met die naam en is daar bekend om de slag bij Nieuwpoort rond 1600. In Nederland is Nieuwpoort een vestingstadje aan de Lek uit de dertiende eeuw, dat zou zijn opgenomen in de sinds 2013 nieuwe gemeente Molenwaard. Molenwaard bestaat uit de gemeentes Nieuw-Lekkerland, Liesveld en Graafstroom. Nieuwpoort staat daar niet bij! Nieuwpoort is ook een buurtschap in Alkmaar. Ik googelde “Nieuwpoort 90” en vond een interessante website van de Vereniging Historische Kring Nieuwpoort. Maar het Historisch Museum Het Stadhuis bleek niet geïnteresseerd in mijn lepeltjes, getuige het openingsbericht op de website waarvan ik een gedeelte hieronder heb overgenomen.

04 juli - Nieuwpoort zilver, Pieter Baardwijk en zonen.
In de maanden september en oktober houdt de Historische Kring Nieuwpoort een expositie met deze naam in Historisch Museum Het Stadhuis.

Op de tentoonstelling toont de vereniging niet alleen door Pieter Baardwijk vervaardigde zilveren voorwerpen uit de periode 1920-1942, maar ook zilveren en verzilverde voorwerpen die door de Gebr. Baardwijk zijn gemaakt in de Zilverfabriek Nieuwpoort tussen 1942 en 1957. 
Ook zullen voorwerpen te zien zijn die in de latere jaren zijn gemaakt in de Zilver- en Staalwarenfabriek.

Er is een inventarisatie gemaakt van de beschikbare objecten. Daaruit blijkt dat we van sommige voorwerpen nog zaken missen. Natuurlijk niet de lepeltjes, suikerschepjes e.d. waaraan bijna iedereen in Nieuwpoort wel heeft mee gepoetst.
Ondanks dat onderhavig lepeltje dateert uit 1966, dus na de gevraagde periode, voelde ik me door die tekst over lepeltjes behoorlijk in de kou gezet en besloot dat de organisatie van de tentoonstelling te vertellen. Dan moest ik ze ook vertellen dat ik mijn lepeltjes nog nooit had gepoetst en dat dat ook niet nodig was, wanneer ze die beter zouden opslaan, zoals ik dat deed. Verder lezend over Nieuwpoort nam ik me voor om het perfect gerestaureerde vestingstadje hetzelfde jaar nog te bezoeken. Er op een terrasje koffie te drinken en er, zoals de site beloofde, gezeten op een bankje aan de Lek, over het water kijken. Ik zou natuurlijk de tentoonstelling bezoeken, alleen al om alle lepeltjes te zien die daar natuurlijk waren en de overige zilveren kostbaarheden die tijdelijk waren ondergebracht in het Historisch Museum, het voormalige stadhuis. Ik was benieuwd naar “Het Arsenaal”, een van de fraaiste gebouwen uit de stad.

Enkele maanden later was ik daar. Samen met mijn dochter en kleindochter bezochten we niet alleen de tentoonstelling waar veel meer te zien was dan lepeltjes, maar we dronken ook inderdaad koffie aan de Lek en we genoten van de gebouwen en gebouwtjes in de nauwe straatjes overal. De zon scheen. Ik had alweer een mooi stukje Nederland ontdekt dat voor mij totaal onbekend was.

In het jaar dat prinses Beatrix met prins Claus trouwde was ik net vijftien geworden en zie hun huwelijk op tv alleen terug met rookbommen omgeven, omdat de media vrijwel alleen dat nog over dit huwelijk uitzendt. In mijn herinneringen echter was het een sprookjeshuwelijk. De schoonheid van de bruid en de ernst van beiden. Een gelukkig huwelijk had deze prinses met de prins van haar dromen. Als ik de lepel in mijn handen heb keer ik terug naar mijn jeugd, naar mijn muziek, mijn vriendjes, school en uitgaan. Mijn wereld waarin ik jong was, geen mobieltje had, en geen internet, maar lp’s, en een telefoon in de gang, door pa bewaakt. Mijn eerste baantje, mijn eerste vriendje, door pa bewaakt.

BATAVIA

Flevoland, Lelystad, Batavia

Mijn manier om de toerist uit te hangen in Nederland is geen foto te maken van iets typisch uit die stad, maar wel de aanschaf van een toeristische theelepel. Meestal vind ik ze in het toeristenkantoor, tussen allerlei souvenirs, en hebben ze daar kennis van stad en streek die ik bezoek. Ik krijg er altijd een plattegrond en dan is mijn dag helemaal goed. Intussen heb ik al honderden lepeltjes en bescherm me tegen allerlei toeristenobjecten, die op enig moment in de kliko belanden.
De lepeltjes niet, die leg ik gewoon, als fotootjes weg.

De provincie Flevoland bestond nog niet toen ik op de basisschool zat. Intussen doet Flevoland goed mee. Mijn enige toeristenlepel uit Flevoland draagt de naam Batavia en deze lepel hoort misschien wel thuis tussen de reclamelepels, als hier het bijna nationale koopcentrum mee wordt bedoeld. Ik heb geen idee waar ik deze lepel vandaan heb.

Ik houd het er echter op dat zowel de lepel als de naam van het winkelcentrum genoemd zijn naar het beroemde schip dat in 1628 in Lelystad gebouwd werd en de naam Batavia droeg. Omdat Flevoland waterbouwkundig waarschijnlijk de meest belangrijke provincie is van Nederland, is zo'n lepel voor mij noodzaak. Voor mij een gemis dat ik geen enkele lepel heb die aan deze inpoldering en landaanwinst refereert. Met name van de Flevopolder, nog steeds het grootste kunstmatige eiland ter wereld. 

We bezochten kortgeleden de Afsluitdijk. En we bezochten het indrukwekkende standbeeld van Ir. Lely dat bij het monument op de Afsluitdijk is geplaatst. Ir. Lely was niet alleen een begenadigd ingenieur. Hij is maar liefst drie keer Minister van Waterstaat geweest, terwijl er nog van alles moest gebeuren voordat de Zuiderzeewet er eindelijk in 1918 doorkwam . Ik maakte een foto van het monument, maar een lepel over deze waterwerken vond ik niet. 

De Afsluitdijk trouwens, is geen dijk, maar een dam.

 


HET WONDER VAN WARFHUIZEN

De pelgrim die na zijn ontbijt in onze refuge afscheid van ons nam vervolgde zijn voettocht tot Mont-de-Marsan, de hoofdstad van Landes (40). Van dit departement kocht ik enkele weken voor zijn komst een lepeltje van de heilige Saint-Vincent-de-Paul die daar geboren was. Het plaatsje heette tot 1828 Pouy. Daarna werd het stadje naar deze heilige vernoemd. We bezochten zijn geboortehuis en de hele kermis eromheen. De dames die kerk, huis plus park bestierden informeerden ons ongevraagd zeer uitgebreid. Saint-Vincent deed veel voor vrouwen, de armen en kinderen. Vooral voor zieken, zoals leprozen heeft hij zich ingezet. Saillant detail is dat deze heilige ooit zelf als slaaf werd verkocht en later, na zijn ontsnapping als aalmoezenier, bij de galeislaven ging werken. 
Op 27 september 1660 is deze Franse heilige op negenenzeventig jarige leeftijd overleden. Die dag in september is in Frankrijk de gedenkdag van Sint Vincentius. 
Veel meer is er over deze heilige niet te vinden, ware het niet dat in de Groninger Kluiskerk in Warfhuizen een standbeeld staat van deze heilige Vincent-de-Paul. Ik weet niet hoe dat beeld daar gekomen is. Voor pelgrims zal het geen geheim zijn dat Warfhuizen een katholiek bedevaartsoord is, wat overigens niets met St.-Vincent-de-Paul, of zijn beeltenis te maken heeft, maar met het daar in 2003 geplaatste Mariabeeld van beeldhouwer Muguel Moreno uit Sevilla. Het prachtige beeld dat naar Andalusisch voorbeeld is gemaakt heet: “Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin”. In 2001 werd in deze voormalig hervormde kerk een kluis en kapel gesticht. De kluis is een klein afgescheiden gedeelte in het gebouw dat in afzondering wordt bewoond door broeder Hugo, een heremiet. Een kluizenaar dus. Overigens is dit de jongste en enige kluizenarij in Nederland. Nadat het Mariabeeld geplaatst werd kwamen er Spanjaarden de afgelegen kerk in Noord-Groningen bezoeken, vanwege het prachtige bedroefde Mariabeeld van Moreno. Later kwamen er ook steeds meer Brabanders, Limburgers en Belgen naar de kluiskerk. Andere Nederlanders en andere nationaliteiten volgden hun voorbeeld. Het werd allengs drukker en slechts tien jaar nadat de kluiskerk werd gesticht is Warfhuizen een heus bedevaartsoord geworden. Dit wonder van Warfhuizen is op zijn minst wonderlijk te noemen.
Volgens Wikipedia wordt de feestdag van Saint-Vincent-de-Paul in Nederland gevierd in juli en daar is een vergissing gemaakt met Sint Vincentius die op 14 juli in 677 overleed. Deze heilige werd bijna duizend jaar eerder geboren in 607 als Merovinger graaf. Hij trouwde met Waltrudis en het echtpaar deed veel voor geloof en gemeenschap. De graaf stichtte op zijn eigen landgoed in Zinnik in Henegouwen een abdij en hij stichtte een abdij in Hautmont een plaatsje in departement Nord in Frankrijk. Zijn vrouw stichtte een klooster tussen Zinnik en Hautmont, dat zou uitgroeien tot de Waalse stad Bergen. De heilige gravin Waltrudis kreeg vier kinderen met de graaf en zij werd patroonheilige van de stad Bergen. Zinnik is bekend door het Belgisch arduin, een blauwige hardsteen; geliefd bij beeldhouwers, door de versteende fauna die vaak nog is terug te zien in de beelden die van de stenen zijn gemaakt. Deze fossielen, veelal schelpen komen uit de zeebodem.
De gedenkdag van Sint Vincentius is derhalve 14 juli in Nederland en België.
Het verhaal hield me wekenlang bezig en intussen heeft de pelgrim ook nog wel drie weken gelopen voor hij in Mont-de-Marsan aankwam.

VAKANTIE

Hoogzomer en eindelijk gaan wij op vakantie.

We zijn wel wekenlang bezig geweest om iets leuks te vinden waar we allemaal iets aan hebben en wat vooral betaalbaar is. Daarna volgde het wachten en de wekenlange voorbereidingen, maar dan eindelijk vonden we de juiste locatie en zijn we klaar voor vertrek.
Al het werk in onze tuinen laten we voor wat het is en dan zoeken we heil in een ander klimaat, aan zee, in de bergen of we bezoeken een mooie stad.
Is iedereen dan klaar met tuinieren? Niet helemaal. Sterker nog. We treffen allerlei maatregelen om onze tuinen al dan niet met een oppas achter te laten. We hopen dat het op tijd zal regenen en dat het niet te veel zal stormen tijdens onze afwezigheid. Ieder jaar weer weet het gras en onkruid juist in de vakantieweken extra hard te groeien. Onbegrijpelijk dat wat we niet zaaien, zo hard groeit als we weg zijn. Over siergrassen wil ik tenminste niks meer horen. Afijn, we zien het weer als we thuis zijn.
We vertoeven in een omgeving, waar we niets geven om onkruid en het soms zelfs mooi vinden. De blaassilene, langs de wegen. Blauwe bloemen tussen wuivend koren. Helmgras in de duinen. Geen zaadjes, geen stekjes, maar slenteren langs water of in een onbekende stad. Winkeltjes met van-alles-en-nog-wat, als het maar geen tuinornamenten zijn.


We zijn onze eigen tuinen natuurlijk niet echt beu.Trouwens ons werk ook niet en de eigen thuisomgeving is er altijd een om naar terug te verlangen, nadat we een paar weken in een andere taal hebben moeten ploeteren. Die steden blijken te druk en parkeren is daar een dagelijkse ellende. Steeds eten in een ander restaurant steeds die dure drankjes op verschillende terrasjes. Het ene hotel met dat slechte sanitair, die overvolle camping, waar de buurman zijn auto bijna tegen onze tent parkeerde. De files, en onze kibbelende kinderen in dat snikhete attractiepark, ten spijt, we stuurden een vrolijke vakantiekaart naar ons thuisfront.

De wolkbreuk boven onze, iets lekke, tent deerde ons echt niet, want we hebben immers vakantie. Thuis smaakt hoe dan ook de koffie beter. De vakantieweken vliegen om. Nog snel wat plaatjes schieten - waar we lachend op staan - voor thuis en dan nog wat souvenirs jagen, lanterfanten en puzzelen tegen de verveling. Gelukkig is daar de dag dat we weer naar huis mogen. In no-time is alles geruimd en ingepakt. Nog wat laatste files en wachttijden op onze vertrekdag, maar dan is daar eindelijk ons eigen huis weer met onze eigen tuin. 
Het was erg leuk, kijk maar naar de foto's, maar het is helemaal geweldig om weer in ons eigen domeintje rond te lopen. Heerlijk, om weer ontspannen thuis te kunnen tuinieren.

MAAK ME NIET BOOS, TILBURG

Men is meer dan veertig jaar bezig met sloopwerkzaamheden in het centrum. Straten, pleinen, 
kerken, gebouwen, spoorzone. Heuvel, Spoorlaan, Pieter Vreedeplein. Hart van Brabantlaan. 
Het gaat maar door.
We zijn blij dat we twaalf jaar geleden het centrum hebben ingeruild voor iets rustigers om te wonen, want het gaat nog steeds door zie ik. Nog minstens tien jaar heeft de Spoorzone nodig.
Vierenveertig jaar geleden zag ik de neo-gotische Noordhoekse kerk vallen! De als een basiliek gebouwde kerk werd in 1898 door Pierre Cuypers gebouwd. Het was een van de mooiste kerken van Nederland! Ertegenover staat nu een flat met hangende keukens boven het wegdek zoals in Dordrecht boven het water. 
Geen plek om in Tilburg te wonen. 
Mijn geboortestad, tja, dat wel, maar de binding is verdwenen. Tegenwoordig ben ik alleen "Toerist in Tilburg".
Bij mijn verzameling zit een lepeltje van de Heuvelse Kerk in Tilburg, een van de grootste neo-gotische bouwwerken in Nederland. De kerk werd gebouwd in 1872/1873 en afgebouwd in 1887/1889. De architect Hendrik Jacob Tulder kwam uit de Hasselt, mijn geboortewijk in Tilburg, hij leefde van 1819 - 1903. Hij heeft deze kerk en vele andere kerken en gebouwen ontworpen, veelal in Brabant. Helaas werd zijn werk lichter beoordeeld naast dat van Pierre Cuypers. De kerk geldt in Tilburg als het belangrijkste gebouw.

Ik kocht het boek dat Tilburger Ed Schilders schreef over de moord op de elfjarige Marietje Kessels. Zij werd in de Noordhoekse kerk misbruikt en vermoord in 1900. De beroemdste geschiedenis van Tilburg, een van de treurigste ook; de moord is feitelijk nooit opgelost. Ik ontmoette kortgeleden de schrijver van het boek in Tilburg en we maakten een praatje. 

Vanwege de kerkelijke moord is honderd jaar na de dood van Marietje (2001) een monument geplaatst bijna op de plek waar de kerk stond. Een monument ter gedachtenis aan Marietje, maar bedoeld voor de weerbaarheid van kinderen tegen dergelijke misdaden.

Alle Tilburgers hebben iets met die geschiedenis en met die kerk. Ook als je zoals ik uit de Hasselt komt, waarvan ze de toren hebben weggemoffeld of, als je woonde bij de Sacraments, of Loven/Besterd. De mooie koperen toren weg; de 'kerktoren' van Loven staat midden tussen nieuwe huizen. 

Straten zijn in het centrum nooit begaanbaar, want alles ligt nog altijd open. Het is trouwens geen boosheid, maar verdriet, dat de laatste mooie winkels uit de Emmapassage zijn ingeruild voor euroknallers en andere goedkope troepwinkels. De laatste mooie boekwinkel, huishoudelijke zaak en kledingwinkel verdween en de hele passage die voor mij nog altijd nieuw was, is nu gesloopt. 
Dag Tilburg van toen..


TOERIST IN ALKMAAR

Neen, ik ben niet over de kaasmarkt gegaan. Nog niet. Eerst even de stad zelf voelen, voordat ik de kaas ga ruiken.
Ik kuste bijna het bronzen kaasmeisje dat op een kruispunt staat van twee gezellig drukke winkelstraten, achter het prachtige Waaggebouw. Het beeld is ontworpen door Gerard Velzeboer. Denise, stond model, dus noemen we het kaasmeisje Denise. Het op ware grootte bronzen beeld staat daar sinds juli 2016 en vormt nu al een mooi fotopunt.
Mijn kleindochter van zeven stond erbij, maar een beeldje kussen ging haar te ver.

"Shop-till-you-drop" dan maar, zoals ik haar beloofde en had uitgelegd dat het niks te maken had met dropjes, maar alles met winkelen tot je omvalt. Daarin ben ik een ervaringsdeskundige.
Er stond wel een kraam met allerlei kazen en, terwijl man en zoon aan de koffie zaten op het terrasje, liep ik naar die kraam en proefde van de verschillende kazen waarvan ik de namen niet kan onthouden.
Terug naar mijn koud geworden koffie zag ik de mannen met een pilsje voor zich, terwijl mijn kleindochter limonade dronk.


Verder slenterend door allerlei winkelstraten en genietend van zowel de zon als van mijn kleindochter vonden we een winkel waar ze elektrische wekkers verkochten - ons doel van die dag - en een zonnebril moest erbij want de kleine meid had een een paar weken later een vakantie tegoed in een zonnig land. 
Zoon en echtgenoot vonden een winkel met L.P's die ze helemaal afstruinden. Ze kochten verschillende platen en met die buit gingen we weer op een terrasje zitten. Even later ging manlief eens kaas proeven aan de overkant met onze kleindochter erbij. Ik liep erheen en we kochten enkele stukken overheerlijke Beemsterkaas waar je, als je Alkmaar bezoekt, maar moeilijk buiten kunt. 

Omdat we op de laatste woensdag van maart naar huis reisden misten we helaas de toeristische kaasmarkt, die twee dagen later van start ging. Maar we komen terug, Alkmaar. Voor het zonnige plein,  het trotse Waaggebouw met de prachtige toren en het carillon dat ik wil horen. 
Ik kus het bronzen meisje dan gewoon nog een keer. Ze kent me vast nog wel.




EINDHOVEN vs BAYEUX

EINDHOVEN vs BAYEUX



Bayeux heeft meer dan het zeventig meter lange tapijt, waarop de slag bij Hastings werd afgebeeld. De stad die in de Keltische tijd werd gesticht, werd in 890 verwoest door de Vikingen. Onder het bewind van Willem de Veroveraar werd gestart met de bouw van de kathedraal. In 1450 werd de stad belegerd door de troepen van Koning Karel VII, tijdens de honderdjarige revolutie. 
In de Tweede Wereldoorlog werd Bayeux opnieuw op de kaart gezet. Het was de eerste stad in Frankrijk die werd bevrijd en Charles de Gaulle hield daar zijn eerste toespraak in het bevrijde gebied. In Bayeux werd tijdelijk de regering gehuisvest, zodat Bayeux zelfs even de hoofdstad van Frankrijk was. 

Zouden de Eindhovenaren weten dat zowel Bayeux als Eindhoven als eerste stad in hun land werden bevrijd? Vast wel, want Eindhoven heeft niet alleen een Bayeuxstraat maar ieder jaar opnieuw in september organiseert de stichting “18 September Festival” een uitwisseling met Eindhovense scholieren en wielrenners die het bevrijdingsvuur in Bayeux gaan ophalen dat daar op 16 september wordt ontstoken. De wielrenners brengen deze vlam in twee dagen op de fiets mee terug naar Eindhoven! 

Een fietstocht die per auto van Eindhoven naar Bayeux via de Michelin routeplanner maar liefst 620 kilometer lang is. Deze route zou voor mij weken duren. Dwars door Lille, langs Amiens, waar ik zou stoppen bij die kathedraal, ik zou ook stoppen in Rouen en zeker in het artiestenstadje Honfleur, wanneer ik net de Europabrug over ben, als dat allemaal met de fiets kan. 

Dankzij mijn slechte fietsconditie dwaal ik slechts virtueel op deze druilerige meidag door het mooie Calvados, door de eeuwen heen, van plaats naar plaats. Van Hastings naar Bayeux. Ik luister naar een fragment van een hoorcollege over het tapijt van Bayeux dat emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis professor Piet Leupen gaf in 2009 en dat op dvd werd uitgebracht. 

Ik mijmer over wekenlange fietstochten door dit schitterende land, niet om een vuur op te halen vanwege lang vervlogen tijden maar om een toeristenlepel te halen. Over toeristische wegen laat Michelin me vanaf mijn woonplaats 538 kilometer rijden naar Bayeux. Het lepeltje moet. Vanwege het tapijt. Vanwege professor Leupen en vanwege de Eindhovense wielrenners. Zij hebben volgens mij allemaal een souvenir uit Bayeux en ik heb niet eens een lepeltje voor de verzameling, want de gefrustreerde en verregende route die we jaren daarvoor door dat gebied reden bracht ons te gehaast, langs de kusten van Normandië.
Ik heb trouwens niet eens een lepeltje uit Eindhoven. Bij mijn eerstvolgend bezoek aan Nederland kom ik naar Eindhoven. Dat zal dan net op woensdag 18 september zijn. 
Toeval natuurlijk.

Toerist in Groningen

De Martinitoren met op de voorgrond op het mooie plein de kermis die net van start was gegaan. 28 augustus. Visserijdagen? Vlootdagen? Andere Feestdagen?
Ik vroeg het aan de serveerster, die ons koffie gaf op het plein voor de toren van de kerk. Ze keek me vreemd aan, alsof ik het hoorde te weten. Ik wist het niet. Ze vertelde dat dit een feestdag was van de bevrijding. De bevrijding van de Tweede Wereldoorlog wel te verstaan. "Zo laat in augustus?" vroeg ik haar. "Ja hoor ze waren de laatsten", vulde ze aan. Ik wist dat Eindhoven 18 september 1944 werd bevrijd en vond ik het vreemd dat Groningen bijna een jaar later zou zijn bevrijd. Ik zocht het later op en vond de bevrijding van Groningen inderdaad als laatste in Nederland: van 14 tot 18 april 1945 en niet pas in augustus.

We liepen verder. Het prachtige gebouw verderop wilden we van binnen bekijken, maar ik schrok toen ik zag dat daarin een supermarkt is gevestigd. Aan de voorgevel staat een prachtig antiek standbeeld van een vrouw, met daaronder de bonus-aanbiedingen van de grootgrutter. Wat een aanfluiting. Dat beeld mag wel weg. "De Korenbeurs" heet die grootgrutter, maar dat is ook niet juist. Dit is de naam van het gebouw. Terug aan de andere kant gingen we het VVV-kantoor binnen. Met enige aarzeling. Liepen we wel goed? Dat lelijke blauwe gebouw wat mozaïek moet voorstellen. Wanstaltig en grof, om de woorden van Sikkom te gebruiken. Sikkom went snel aan het gebouw, want je kunt er lekker chillen op de trappen, schrijft hij op Facebook, iets waar iedere (jongere) Groninger, bij elke zonnestraal gebruik van maakt. Maar er is meer. Die Groninger, hoeft geen terrasstoel te pakken, waar een dure consumptie aan hangt. Hij kan een wietsigaret roken zonder op straat te worden gezet. Kortom een plek onder de zon om samen te zijn met anderen en vrij.

Het wanstaltige gebouw wordt hopelijk gesloopt, zoals voorzien. Leg er gras voor in de plaats, laat de trappen staan, want die zitten lekker. Maak een dusdanig groot en hoog terras, zet er desnoods een fontein op, zodat er wederom niks boven Groningen gaat. Maar, mooie stad Groningen, met je gouden waag, verstop nooit meer jullie mooie gebouwen achter een mislukt Gaudi-gebouw.

Terug in ons Gronings hotel, wat een Oude Smidse is in Westernieland. De volgende ochtend las ik in het Gronings dagblad iets van de festiviteiten rond de feestweek vanwege het Ontzet van Groningen in 1672! Daarop vroeg ik aan het jonge meisje dat onze ontbijtboel opruimde of ze iets weet over het Ontzet van Groningen. Ze keek verbaasd. "Nee", zei ze verschrikt. "Ik ken het Ontzet van Leiden, maar ik weet niet precies wanneer dat was, wel lang geleden". De Tweede Wereldoorlog was voor dit jong ding natuurlijk ook al lang geleden.

Leids Ontzet (1574, Tachtigjarige Oorlog); Gronings Ontzet (1672, nà de Tachtigjarige Oorlog). Die laatste had ik trouwens zelf fout. Die lange oorlog was van 1568 tot 1648 wat er bij mij ingesleten is, daarna waren het niet de Spanjaarden maar de bisschoppen die land wilden innemen of terugvorderen als bisdom. Met name een klein garnizoen uit Bourtange verijdelde dit, door harder het Wilhelmus te spelen als dat ze manschappen hadden en natuurlijk door de omringende moerassen onder water te zetten, waar doorheen de vijand vluchtte. Op 28 augustus 2022 is het Ontzet van Groningen vierhonderdvijftig jaar geleden.

Er mag, zoals de krant suggereert, veel meer bekendheid worden gegeven aan dit stukje geweldige geschiedenis. Te beginnen aan de Groningers zelf. Ik was ontzet.


  





BERLIJN GEMIST

Berlijn discrimineert me. We zijn niet welkom. Drie keer eerder hebben we een reis daarheen geboekt, twee keer zeiden ze dat het niet kon doorgaan, omdat de bus niet reed, of toevallig waren alle hotels dicht, zeiden ze dan. Een keer mochten we wel reizen, maar dan kunnen we weer nergens eten, zelfs niet in het hotel, dus voor drie dagen zelf eten meenemen? Toen ik wilde klagen bij Angela Merkel, zei men dat zij uit de lijst BB’ers (Bekende Berlijners) was gestapt en voortaan anoniem door het leven gaat. We wilden laatst met Kerstmis gaan en dan blijkt dat Merkel toevallig drie weken eerder is weggegaan, ja, ja.


Ik geloof er allemaal niks meer van; er is vast iets anders aan de hand, dat Berlijn ons niet wil zien. Is het omdat ik er een toeristenlepel wil halen met daarop het vrolijke Ampelmännchen? Dat vertederende stoplichtmannetje, dat meer aangeeft dan alleen doorrijden of stoppen? Het is volgens mij beroemder dan dat cheque punt Charlie, of is dat een film? Tja ik weet niet wat dat dan wel is, een betaalkaart of zo? 


Ik ben er immers nooit geweest en als ik er naar toe wil reizen dan is zelfs Macron in staat zijn land te sluiten zodat ik niet de grens over kan om naar Nederland te reizen met de auto, om daarna met de bus naar Berlijn te vertrekken voor drie dagen maar. Drie dagen is het maximum, want ik weet dat gasten niet langer goed blijven. Maar ook Nederland vaardigt zo nu en dan negatieve reisadviezen uit en dan kan ik van daaruit ook niet met een bus voor of achteruit. 


Bovendien, wat zou er gebeuren als ik in Berlijn zou kunnen aankomen en Merkel, pardon die stopte net voordat ik zou komen, maar misschien heeft iemand dat daar overgenomen? Wat zou er gebeuren als haar opvolger zijn land sluit en ik moet worden opgehaald met een vliegtuig? Welk vliegtuig? Mijn auto staat in Nederland waar ik ben uitgeschreven, dus die komen me niet halen. Air France dan misschien en dan moet ik blijven zitten tot in Parijs tot de treinen rijden en ik een keertje weer mee terug naar Nederland mag om mijn auto op te halen en dan naar huis reizen over drie landen, terwijl alle grenzen potdicht zijn? 


Drie keer is misschien scheepsrecht, maar geeft geen reisrecht. Ik heb drie keer geboekt en ben drie keer afgewezen. Als het zo moet, dan blijf ik wel thuis. Misschien ligt het niet aan Berlijn, want Macron sluit en opent ook zijn land naar goeddunken en Rutte in Nederland ook. 


Niks is meer belangrijk als je het zo bekijkt. Ik surf wel naar Berlijn en bezoek digitaal de highlights. Ik vind zelfs een winkeltje met mannekes. Aan dat vrolijke groene manneke op een lepeltje zal ik niet kunnen komen schat ik, falls es sie überhaupt gibt.


Groene  Ampelmann voor de toeristenwinkel in Berlijn; Karl-Liebknecht Strasse. Foto Wikimedia Commons