In de 17e eeuw werd in de monding van de Schelde een steen gevonden die ter ere van godin Nehalennia was gegraveerd. Waarschijnlijk als dank voor het behoud van terugkerende schippers.
De steen komt uit de 2e of 3e eeuw na Christus. Er zijn niet alleen dit soort stenen gevonden, maar ook stenen altaren en zelfs resten van tempels uit dit gebied, die te zien zijn in het Rijksmuseum van Oudheden. Nehalennia werd vaak zittend afgebeeld met een hond naast zich. De in Hulst in 1940 geboren kunstenaar Guido Metsers maakte in 1989 een levensgroot bronzen beeld van deze oude Keltische godin. Of was het een Germaanse godin? Dit beeld is te zien op de boulevard van Schagen in Domburg. Er werd ook in de oude tijd al veel handel gedreven door en met Duitsland ofwel de Germanen.
Misschien heeft het voortdurend aanroepen van deze godin zeventien eeuwen later in 1989, geresulteerd in de wereldberoemde Oosterscheldekering. Deze negen kilometer lange dam maakte van de eilanden Schouwen-Duivenland en Noord-Beveland, vaste land. Of toch niet? Want in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werden er drie eilanden bijgelegd, de zogenaamde "werkeilanden". Het is niet vreemd dat een voormalige zandplaat het werkeiland werd voor deze werken. Die oude zandplaat droeg al sinds oude tijden haar naam: Nehalennia, of Neeltje Jans.
De steen komt uit de 2e of 3e eeuw na Christus. Er zijn niet alleen dit soort stenen gevonden, maar ook stenen altaren en zelfs resten van tempels uit dit gebied, die te zien zijn in het Rijksmuseum van Oudheden. Nehalennia werd vaak zittend afgebeeld met een hond naast zich. De in Hulst in 1940 geboren kunstenaar Guido Metsers maakte in 1989 een levensgroot bronzen beeld van deze oude Keltische godin. Of was het een Germaanse godin? Dit beeld is te zien op de boulevard van Schagen in Domburg. Er werd ook in de oude tijd al veel handel gedreven door en met Duitsland ofwel de Germanen.
Misschien heeft het voortdurend aanroepen van deze godin zeventien eeuwen later in 1989, geresulteerd in de wereldberoemde Oosterscheldekering. Deze negen kilometer lange dam maakte van de eilanden Schouwen-Duivenland en Noord-Beveland, vaste land. Of toch niet? Want in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werden er drie eilanden bijgelegd, de zogenaamde "werkeilanden". Het is niet vreemd dat een voormalige zandplaat het werkeiland werd voor deze werken. Die oude zandplaat droeg al sinds oude tijden haar naam: Nehalennia, of Neeltje Jans.
Met enkele Franse vrienden hebben we dat museumachtig werkeiland bezocht. Niet alleen zij waren onder de indruk van de Deltawerken en zoals het een Nederlander betaamt was ik maar al te gretig om hen alles te vertellen wat hierover in het museum voorhanden is. Ook Jos en ik zagen de grootsheid in van deze werken. Met dit grootse werk werd ook het milieu gespaard, doordat over een aantal kilometers schuiven ! werden geplaatst die normaal open staan, zodat het gewone zeewater en de getijden hun gang kunnen gaan in het anders dode water. Hoe anders beleef je deze waterwerken in het echt, dan wanneer je er plaatjes, maquettes of documentaires over ziet. Enorm, enorm.
Het leverde mij een mooie lepel op met de afbeelding van de Oosterscheldekering daarop en daarbij bedenk ik dat misschien toch de goden stapje-voor-stapje wetenschap en inzicht geven aan ons, mensen, voor het vele dat in de loop der eeuwen tot stand is gekomen. We hebben nog vele duizenden jaren nodig om land te maken en water te bedwingen. En wellicht dat dan Nederland alsnog onder water zal verdwijnen, maar dat is misschien de goden verzoeken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten