De eerste twintig jaar van ons leven sliepen we in één kamer. We deelden onze geheimpjes, vertrouwden elkaar toe waar we blij voor waren, of bang.
Ongeschreven regels, geen wetten.
jij gemeen ik vals, jij twijfel ik onzeker
jij hooghartig ik arrogant, jij boos ik kwaad
jij huilbui ik verdriet, jij schaterend ik gierend
jij hartzeer ik hartenpijn, jij plezier ik ook
maar nooit tegen, van, op, om of over elkaar
onze mannen; onze kinderen; onze honden;
onze huizen; onze steden; onze vakanties; onze verhuizingen naar andere landen; onze duizenden telefoontjes en onze bezoeken over en weer; onze samenzweringen en nog steeds, onze geheimen.
Zeventig jaar samen, dat kan alleen tussen zussen.
We gaven elkaar onze ongezouten mening;
onze ongekleurde waarheid;
onze nuchtere werkelijkheid.
Jij hoeft dit niet meer lezen. Jouw leven is voorbij. Anders had ik het nooit geschreven. Je weet dat ik schrijf, je weet ook wat ik schrijf. Ik maak verhalen zoals jij je beelden maakte. Allebei creëerden we. Allebei laten we een afdruk van ons leven na hier beneden. Ik weet niet hoe lang ik hier nog ben. Wel dat ik nog niet klaar ben. Ik moet nog vertellen, nog altijd verhalen, maar er komt lijn in. De jaren gaan razendsnel. Ook als je niks doet.
De vriendschap die ons verbond, bleef onuitgesproken. Ongeschreven ook. We hielpen elkaar, gewoon altijd, zonder kritiek of commentaar. Stilzwijgend waren we er voor elkaar, vanaf onze vroegste jeugd. Hoe kostbaar onze band was valt me nu pas op en het valt me zwaar dat je er niet meer bent.
Postuum, nogmaals bedankt, zonder jou zou deze wereld veel killer zijn geweest.