vrijdag 24 mei 2024

Het rijst de pan niet uit

           

Mijn eerste brood ligt op de plank. Nog nooit eerder bakte ik er iets van, laat staan brood. Nu echter ga ik het proberen en begin bij het openslaan van het kookboek dat ik lang geleden rond mijn trouwen kreeg. 

Deeg, bloem, gist, eieren, suiker, vanillesuiker en weet ik wat nog meer.

Basisdeeg. Geen trekdeeg. Wat is deeg, wat is het verschil tussen bloem en meel.

Een hele studie nu ik besloten heb geen kant-en-klaar middelen te kopen in de supermarkt maar gewoon alles zelf te maken. Een appeltaart moet lukken, maar behalve appels heb ik nu alles in huis. Dus broodje bakken. Leuke bijkomstigheid is dat ik ver weg van de vertrouwde Nederlandse supermarkt alle ingrediënten in Frankrijk moet halen, omdat mijn bakavontuur zich daar afspeelt.


Likkebaardend volgt mijn man mijn moves. Ik koop farine, dat is bloem. Dan moet er levure in. Het kookboek zegt me een bepaalde hoeveelheid grammen toe te voegen aan de bloem in een papje met een paar eieren en wat melk; de beschrijving op het pakje echter vertelt dat ik slechts een tiende deel van die hoeveelheid mag gebruiken. Levure is gist. Maar er is bakkersgist en chemische gist. Van het een moet er meer in dan het ander. Wanneer ik mijn man vertel dat de gist niet kan rijzen in een omgeving onder de 32 graden, dus dat deze alleen rijst in zijn maag, wordt hij erg bang dat ik er veel te veel van indoe. Als zeef gebruik ik de vergiet. 


Ik moet echt weer een zeef kopen want die ik had, gebruikte ik nooit en met de verhuizing gaf ik hem aan schoonzoon Danny. Het aldus gemaakte deeg gaat op deze sneeuwrijke januaridag in de afgedekte beslagkom op de radiator om te rijzen. Na ruim één uur is de deegbal niet groter geworden. Evenwel kneed ik er twee platte bollen van die ik opvul met de walnoten van een bevriende (ex)buurman. Keurig netjes gaat alles de voorverwarmde oven in die ik op 3 zet wat overeen moet komen met ongeveer 200 graden. Na 30 minuten haal ik de broden eruit die wel iets groter zijn geworden. In ieder geval is de onderkant helemaal zwart. Van de gloeiende broden snijd ik de aangebrande kant af en proef een beetje van de binnenkant van het “brood”. De binnenkant is nat, maar het smaakt goed. Erg zoet. Das waar ook. Er moest vanillesuiker bij en gewone suiker dacht ik, maar dat was voor taartdeeg natuurlijk. Anyway nu heb ik zoete broodjes gebakken die niet gerezen zijn, wel nat, aangebrand maar met een notenvulling. Samen wegen ze ruim 600 gram van een pond bloem. Vanavond eten we er maar eentje.


Waarschijnlijk ga ik stug door met kneden en bakken. Quiche wil ik proberen, maar zal het eens zonder gist doen. Dan moeten er volgens mijn kookboek wel meer eieren in. Wat ik niet wil is kant-en-klaar deeg kopen, want het kneden lijkt me best leuk. Bovendien kan ik geen wijs uit het Franse aanbod hier. Appeltaart moet ook nog; of notentaart met pruimen. Chocoladetaart moet ook eens lukken zonder chocoladetaartenmix van de lokale supermarkt.  Dan nog cake van cakemeel. Wat is cakemeel?


Neen, ik heb nog nooit gebakken in de zin van alles zelf gebakken. Oh neen? Neen !

Volgens mij hebben de meesten nog nooit gebakken, anders wil ik hun advies wel. Het is ook geen verplichting een keukenprinses te zijn. Trouwens prinsessen bakken echt niet zelf. Ik merk wel dat het hier een beste gewoonte is om, wanneer je op een etentje wordt gevraagd, voor het dessert te zorgen en menige gast brengt hier een zelfgemaakt dessert naar toe. Erg leuk en vaak erg lekker. Dat wil ik ook. Simpel en bescheiden. Notentaartje uit de Dordogne, Pruimentaartje met de pruimen uit deze regio, (Agen) die ook wereldberoemd zijn. Ik ben nog wel even bezig.

 



 

donderdag 16 mei 2024

TWAALF JAAR LATER


De zon schijnt, maar om elf uur gaat het opnieuw regenen, net als de hele nacht. Ik moet dus opschieten met schrijven want het is nu half tien in de ochtend als ik pen en papier oppak.


Dit is de vierde dag op de camping en de derde nacht dat het regende. De Brabantse minicamping is voorzien van alle gemakken net als de caravan die onze dochter en haar man hier voor ons hebben neergezet. 


Van ons hoefde dat wc’tje niet te worden uitgeklapt, want we lopen wel naar het sanitairblok even verderop. We zijn die luxe niet gewend omdat we altijd met de tent op vakantie gingen, dus lukt het nu ook wel zonder. De overige luxe nemen we wel met graagte aan. Kastjes bijvoorbeeld, veel kastjes. Twee tafeltjes, genoeg stoelen en het heerlijke gevoel droog te zitten bij regen. 


Ik vergelijk dit graag met onze laatste kampeersessie twaalf jaar geleden. 

Zeventigers intussen waren we toen zestigers toen we de tent en het kamperen vaarwel zeiden. 

Tegenwoordig moeten we er 's nachts uit, soms zelfs twee keer. 

Geeft niks, want half mei is het om vier uur al licht. 


Het giet eruit, buiten als ik in mijn pyjama mijn schoenen aantrek en de paraplu meeneem naar het wc-blok. Daar knippert het automatische licht onmiddellijk aan en het gaat goed. Ik blijf droog. Terug naar de caravan blijf ik weer droog, gooi mijn natte schoenen uit en kruip weer in bed. 


Mijn laatste ervaring van toen was op Corsica, toen ik in de donkere septembernacht naar het felverlichte sanitairblok liep, waar in de lampen veel, heel veel muggen zaten te wachten tot ik mijn billen voor hen ontblootte om te plassen en zij tijd hadden om eens flink toe te slaan bij dat prooi. 

Zo snel had ik nog nooit geplast en ik hield het ook niet droog natuurlijk. Ik had niet van die muggenzwerm gewonnen en moest ook nog eens douchen. 


Een paar dagen later zagen ook mijn benen eruit alsof ik de mazelen had gehad. 

Caravan en Brabant is dus wel veel fijner, dat weet ik nu wel. 

Maar plassen met een paraplu is ook al zoiets.