woensdag 7 december 2022

MUS musculus

Spanje speelde tijdens de Wereldkampioenschappen in Qatar, Duitsland weg, maar Marokko speelde Spanje naar huis op dinsdag zes december. Diezelfde nacht is ons ongewenst zoogdiertje Mus musculus, oftewel Huismus in één klik door de kamikazeklem naar zijn volgend leventje overgestapt. Woensdagochtend vond ik hem. Hij lag er mooi bij. Zijn oogjes nog open van verwondering over wat er gebeurde. De klik zelf heeft hij niet meer gehoord. Hij was niet gewond, het klemmetje was schoon en zijn nekje alleen gebroken, maar niet beschadigd.   


Met gebloemd papier van de keukenrol pakte ik het diertje losjes in, de bloemetjes aan de buitenkant. Buiten pakte ik de schop en groef een gepaste ruimte. Ik dankte hem voor zijn gezelschap de afgelopen weken en beloofde hem een nette begrafenis en schriftelijke vastlegging van zijn leventje.

Mus, een oud geslacht knaagdieren onder de kleinere zoogdieren kreeg zijn naam al in 1758 van niemand minder dan Linnaeus.


Ik denk dat het hier een tamelijk jong mannetje betrof van nog geen anderhalf jaar, goed doorvoed maar niet dik. Hij at voornamelijk spinnen, insecten, oorwurmen en zilvervisjes. Die vond ik dan ook niet in huis; wel af en toe een hele grote spin. Hij woog dertig gram en was ongeveer acht centimeter zonder zijn staartje.

Citaat van internet: “Recent onderzoek wijst uit dat afwezigheid van de huismuis zelfs schadelijk voor de gezondheid kan zijn. Kinderen die al vroeg worden blootgesteld aan huidschilfers en uitwerpselen van onder andere muizen en bepaalde bacteriën die daarin zitten, hebben minder kans op astma en allergieën. Aanwezigheid van de huismuis kan nuttig zijn doordat hij ongewenste spinnen en insecten als oorwurmen en zilvervisjes vangt en opeet.”. 

Ik bedoel maar: Het is beslist geen ongedierte, maar een diertje dat zijn plaats binnen ons ecosysteem zeker waardig is. Op de gekopieerde website van mijn Huismuis staat dat het geen bedreigde diersoort is. Dat is natuurlijk fout, want dit diertje heeft zo ongeveer de meeste vijanden die mens of dier kan hebben. Vogels, dieren en de mensen maken jacht op dit zoogdier, om te eten of te verdelgen. Wij hoorden eens een muis in doodsnood schreeuwen, toen de witte uil die al jaren in een van onze stallen woonde er eentje vanuit de lucht had gevangen en in de stal zat te verscheuren en te eten. 
Dat geschreeuw ben ik nooit vergeten.

donderdag 20 oktober 2022

MUIZEN MISSEN

Wat was dat nou, vannacht? Stipt om vier uur was ik wakker en het was stil, na wekenlang geknaag op dat tijdstip. Maar afijn, ik wakker, ik naar de wc. Alle lampen maar weer aangedaan, zodat ik je kan zien voordat we weer gaan slapen. Ik zag je niet en hoorde je niet. 


Hoorde je wel om half zes. Wat is dat nou? Ik vroeg je weliswaar om je dienstregeling een beetje menselijk af te stellen maar ik denk niet dat je mijnentwege je maaltijd anderhalf uur later hebt genomen.

Nu ging ik niet meer uit bed. Ik peinsde erover waarom je nou zo laat langs de klemmen liep en aan iets knaagde wat aan de onderkant van mijn hoofdeinde zit. In de ochtend bevoelde ik alle balken, maar kon ook geen beschadiging vinden.

Ik denk dat je er hooghartig en beleefd langsaf hebt gelopen en misschien heb je wel gegrinnikt om de fouten die ik maakte. Ik begon het te begrijpen.


Allereerst haalde ik alle klemmen op met de zwabber, want die grote hakken er zelfs mijn vingers van af als ik daar tussen kom. Dat had jij natuurlijk ook wel gezien. Ik maakte ze allemaal schoon en wat blijkt? De kaas zat nog goed vast, de wokkels heb je wel lekker opgepeuzeld, geen dank hoor. De hondenbrokjes die langs de klemmen lagen had je ook niet aangevreten. Dat snap ik nou wel. 


Ten eerste: Die klemmen zijn eigenlijk voor ratten. Jij, beledigd natuurlijk, want je bent geen rat. Jij leeft niet in rioleren en andere gore buurten. Jij bent een fatsoenlijke huismuis, waarvan acte. Ten tweede snap ik nu dat jij hondenbrokjes associeert met honden en daar moet jij niks van hebben, want die zijn ook duidelijk beneden jouw stand. Ik blijf me afvragen wat je eigenlijk op je thuisadres, dus onder mijn bed, eet, en waaraan je knaagt. Voorts ben ik je erkentelijk dat je tot nu toe geen poepjes hebt achtergelaten onder mijn bed. Zelfs toen ik vandaag de slaapkamer deed vond ik nergens ook maar een strontje. Je bent een echte heer, of dame. 


Ik veronderstel dat ik dit kleine meningsverschil met jou nog wel eens zou kunnen verliezen. Doch ik heb echter vertrouwen in nog iets anders wat ik vanaf nu uitprobeer. De kleine klemmetjes heb ik opnieuw neergezet aan weerskanten onder het hoofdeinde van mijn bed. In de scherpe punt prikte ik een noot. Een cajun noot. Zonder zout natuurlijk, want dat is niet goed voor je. 


Laten we hier nog maar eens wat nachtjes over slapen. Hou jij je klokje maar op zes uur voor het opstaan, dan slaap ik ook wat door. Dan beloof ik je dat je er volgende week van mij een extra uurtje bijkrijgt (). Dan is het bijna november en misschien wel tijd voor je om eens een nieuw leven te beginnen. Toch fijn te weten dat we wekenlang samen het bed hebben gedeeld. 


Wanneer je besluit toch van de kamikazeklem gebruik te maken, dan beloof ik je dat ik je eeuwig zal gedenken in mijn geschriften en netjes zal begraven in mijn tuin.







 

woensdag 17 augustus 2022

NIEUWE BEZEMS

Het mooiste van de herfst zijn de lange avonden. Vanaf vijf uur is het donker en is iedereen wel weg, behalve op de overvolle wegen, die ik zoveel mogelijk mijd.

Nog voor het avondeten vlieg ik even naar een vriendin, omdat zij mijn hoed klaar heeft. Blij de stad te kunnen verlaten, verwelkom ik de duisternis van het bos. Geen wolkje aan de lucht en daar beneden is het aardedonker. Medusa, mijn zwarte raaf ging voor mij zitten. Zonder haar scherpe blik kan ik de weg naar mijn vriendin niet zo snel vinden. Gelukkig vergezelt ze me op al mijn tochten.
Bij Romana aangekomen ruikt haar hele keuken naar kruidige soep, waarin ze cholesterolverlagende artisjokblad en saffloerzaad heeft verwerkt. Op tafel staat een likeur van Eschscholzia klaar en een schaaltje gesuikerde kardemonzaden. Voorzichtig haal ik de gedroogde bloemen van Eupatorium uit mijn jaszak samen met een grote hoeveelheid gedroogde adderwortel en gemalen wilgenschors, zodat zij een voorraad aspirientjes kan maken.
We zien elkaar niet vaak en nooit lang en wisselen snel de laatste nieuwtjes uit, terwijl we klinken met de heerlijke likeur. De hoed is mooi geworden. Mijn oude vod kieper ik in haar vuilnisbak en ik pas de nieuwe. Heerlijk warm voelt die. Weer lukte het haar niet om de punt van de hoed helemaal recht te krijgen, zodat die als een kromme vinger bovenop mijn hoofd staat. De grote flap achter vormt echter een perfecte bescherming tegen regen en wind. Mijn lange witte haren kunnen er helemaal onder.
Bij afscheid geeft de lieverd me zaden mee van de ginkgo; zo’n boom heb ik inmiddels in mijn tuin geplant. Ook geeft ze me wortelschors van de braakwortelspirea plus hysopblad, zodat ik de komende winter niet verkouden word. Maar thuis heb ik daarvoor nog bittere siroop van gedroogd malroveblad met gember. We nemen hartelijk afscheid van elkaar.
Op de terugweg neem ik een andere route waar ik later erg blij om ben. De uitgestelde reparatie aan mijn vehikel doet me belanden in de krater van een van de omgevallen lindebomen. Medusa mekkert wat en ik stel haar gerust. Ik ga zitten en leunend tegen de onderkant van het wortelgestel verhelp ik het euvel, zodat we verder kunnen. In het licht van de sterren zie ik plotseling stobbenzwammetjes staan en word helemaal blij. Ze zijn zeldzaam, zeker in deze tijd. Ik pluk er zoveel ik er kan meenemen, en word voor straf her en der in mijn handen geprikt. Ik baal dat ik geen balsemwormkruidzalf bij me heb, zodat ik nog naar die tuin moet van dat grote huis even verderop, waar ik zo geruisloos mogelijk probeer aan te komen. De hond blaft niet. Zijn volkje zit waarschijnlijk op dit uur te eten. Bovendien ben ik in mijn jas vrijwel onzichtbaar. Snel snij ik wat blaadjes van het daar groeiende huislook en smeer het witte sap op mijn pijnlijke handen. Het verzacht onmiddellijk. De verdere tocht gaat probleemloos, zeker omdat er geen wolken zijn en de maan is nog maar net begonnen aan haar eerste kwartier. Ongezien kan ik de fel verlichte wegen oversteken op weg naar mijn veilige huis.
Thuisgekomen maak ik onmiddellijk een warm vuur en kook een eenvoudige maaltijd. Medusa mijn zevenjarige vriendin let goed op. Ze kijkt nijdig naar Remus mijn even oude kater waar zij al haar hele leven een hekel aan heeft. Later bak ik de geurige stobbenzwammetjes helemaal gaar in volle boter, waarna ik er dikke soep van maak samen met wat gedroogd kleefkruid, een snuifje galega, waar ik normaal thee van zet, ei, lavas, ui en wortelen. Veel smakelijker dan de heksenboleten die ik met iets te veel azijn had ingemaakt.
De komende paar weken krijg ik het erg druk. Morgen begin ik aan mijn belangrijkste klus. Hiervoor heb ik de beste wilgentakken verzameld, want ik heb een naam hoog te houden.
Een bestelling van maar liefst vier nieuwe bezems en, uiteraard een nieuwe voor mijzelf. 
De snelste.